NS-personeel moet tegen zichzelf in bescherming worden genomen en niet langer – zoals voorgeschreven – naar slachtoffers gaan bij aanrijdingen met personen. Dat stelt Marcel Smit, al 35 jaar hoofdconducteur bij NS. “Onze mensen lopen zinloze psychische schade op.”

Al veertien maal maakte Smit een zelfdoding mee. Aanvankelijk ging hij steeds naar buiten om het – soms volledig uit elkaar gespatte – lichaam af te dekken. “Maar bij de tiende keer knapte er iets. Ik kon het simpelweg niet meer aan en ben twee jaar uit de running geweest. Met behulp van psychologen en psychiaters, alles overigens uitstekend geregeld door NS, ben ik er weer bovenop gekomen. Maar ik ben wel blijvend beschadigd. Ik zie mijn trauma als een litteken dat ik met me meeneem in het graf. Dat terwijl ik nog nooit iemand heb kunnen helpen.”

De wet stelt dat je een slachtoffer niet in hulpeloze toestand mag achterlaten, maar daar is volgens Smit in de huidige tijd geen sprake van. “Vroeger kon het een half uur duren voordat hulptroepen ter plekke waren. Inmiddels zijn politie, ambulance en alle andere noodzakelijke diensten bij een noodoproep in een mum van tijd aanwezig. Soms zelfs al sneller dan de machinist of conducteur. Wij moeten er immers eerst voor zorgen dat al het treinverkeer in de omgeving stil komt te liggen.”

Ook als het personeel eerder is, heeft dat volgens hem geen nut. “Met de huidige snelheden kunnen we bij een frontale botsing niets betekenen voor het slachtoffer, als hij of zij überhaupt nog leeft. Een EHBO-koffertje helpt echt niet meer.” 

Het argument dat het treinpersoneel het stoffelijk overschot moet bedekken om trauma’s bij omstanders te voorkomen, vindt Smit niet opwegen tegen het leed dat je de medewerker of medewerkers in kwestie aandoet. “Als toeschouwer kun je de andere kant opkijken. Dat is niet te vergelijken met het op zoek gaan naar lichaamsdelen en alle gruwelijke beelden die daarmee gepaard gaan. Het is niet eens te beschrijven wat zoiets met je doet. En dan te bedenken dat professionele en daarvoor getrainde hulpdiensten hooguit enkele minuten later arriveren.”  

Als Smit op 19 september via voorkeurstemmen in de ondernemingsraad (OR) komt, hoopt hij middels een initiatiefvoorstel de huidige bepalingen te kunnen wijzigen. “Ik wil dat het personeel na een aanrijding in de trein blijft en alle aandacht richt op de machinist en reizigers. Er heerst nog een groot taboe op aanrijdingen met personen en de impact op het treinpersoneel. Maar als je jaarlijks tientallen collega’s getraumatiseerd uit ziet vallen, weet je dat het de hoogste tijd is voor verandering.”