Analfabetisme in de gezondheidszorg is een groot probleem. Het is gevaarlijk voor de gezondheid van patiënten en het brengt de kwaliteit van de zorg omlaag.
Internist Marcel Twickler van het Amsterdam Medisch Centrum vindt het taalprobleem bij anderhalf miljoen Nederlanders zorgwekkend. Hij is één van de initiatiefnemers van het speciale congres van het Nationaal instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (NIGZ) over analfabetisme in de gezondheidszorg.
“Ik geef mijn patiënten vaak een folder op de kop, om te zien hoe ze erop reageren. Draaien ze de folder om, dan kunnen ze in elk geval lezen.” Volgens Twickler komt het in de praktijk zo één op de tien keer voor dat een patiënt de folder niet omdraait. “En bij één op de zes, één op de vijf zie ik dat de inhoud maar moeilijk doorkomt.”
Dat een patiënt hiermee zich niet volledig kan informeren over zijn of haar ziektebeeld is één reden om iets aan het probleem te doen. “Maar een belangrijkere reden is de toename van zelfzorg. Diabetici die op internet hun waarden bijhouden en zich op basis van die informatie zelf insuline toedienen, bijvoorbeeld. Spuit je te veel insuline, krijg je ongelukken. Of hartpatiënten die hun gewicht bijhouden en zo zelf het aantal plastabletten dat ze slikken bepalen. Niet best als dat mis gaat.”
Twickler pleit voor een landelijk systeem om laaggeletterde patiënten beter te kunnen signaleren. “Bijvoorbeeld met een vragenlijst, die we aan het ontwikkelen zijn.” Binnen vijf jaar moet volgens het volgens het NIGZ normaal zijn dat zorgpersoneel een taalprobleem herkent en weet wat eraan te doen.

___________________________________________________________________________________
Congres
Vandaag is het landelijke congres over analfabetisme in de gezondheidszorg, waar behalve het NIGZ nog 36 zorgorganisaties aan deelnemen.
- Het doel is dat het over vijf jaar normaal is om taalproblemen bij patiënten te herkennen.
- “We moeten een vuist maken tegen analfabetisme”, aldus de organisator.