Minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal (VVD) heeft in de ogen van een grote meerderheid van de Nederlanders groot gelijk dat hij de Syrische ambassadeur in Nederland tot persona non grata heeft verklaard. Dat blijkt vrijdagavond uit een onderzoek van Maurice de Hond.
Rosenthal besloot deze week tot de maatregel, omdat volgens hem met de ambassadeur niet samen te werken valt nu de Syrische president Bashar Assad hardhandig de lakens uitdeelt richting bevolking. De maatregel is een reactie op het geweld tegen burgers in Syrië, dat vorige week vrijdag in Houla aan 108 mensen het leven kostte. Onder de doden waren tientallen vrouwen en kinderen, die volgens de VN standrechtelijk zijn geëxecuteerd.
Van de ondervraagden is 72 procent het eens en negen procent het oneens met de beslissing van Rosenthal. Negentien procent heeft er geen mening over.
Het onderzoek wijst verder uit dat 56 procent vindt dat het ingrijpen van de Verenigde Naties niet ver genoeg gaat. Zeventig procent vindt dat de Arabische Liga moet ingrijpen in Syrië.
Op een ingrijpen van de NAVO zitten een stuk minder mensen te wachten: veertig procent is hier voorstander van. Van de deelnemers aan de peiling vindt 23 procent dat 'wij' ons niet moeten bezighouden met de gebeurtenissen in Syrië.
Verder vreest dertig procent dat het omverwerpen van het huidige Syrische regime het land in een grote chaos zal storten, 33 procent denkt daarentegen dat dit juist niet het geval zal zijn. Een meerderheid van 57 procent stelt overigens dat de gebeurtenissen in Afghanistan en Irak hebben geleerd dat gewapend ingrijpen niets helpt, 27 procent is het hier niet mee eens.
Een militair ingrijpen in Syrië lijkt actueler dan ooit door het bloedbad in Houla. Het regime van Assad schuift de schuld overigens in de schoenen van rebellen. In reactie op het bloedbad liet de Franse president Hollande weten dat een militaire interventie niet langer uitgesloten is. Ook wezen diverse landen de Syrische ambassadeurs uit.












