Nederland levert een bijdrage aan de waarnemersmissie van de Verenigde Naties in Syrië. Dat schrijven de demissionaire ministers van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal (VVD) en van Defensie Hans Hillen (CDA) woensdag in een brief aan de Tweede Kamer.

De waarnemingsmissie Unsmis bestaat uit driehonderd waarnemers en het hoofdkwartier is gevestigd in de Syrische hoofdstad Damascus. De VN heeft Nederland gevraagd om een bijdrage te leveren aan het analyse- en inlichtingenwerk voor de missie, dat vanuit Genève wordt gedaan.

Nederland heeft ook aangeboden om de verbindingen tussen Genève en het hoofdkwartier in Damascus tot stand te brengen. Daarom worden uiteindelijk drie militairen naar Damascus gestuurd en twee naar Genève. Alleen in het begin is wat meer mankracht nodig. De bijdrage aan de missie duurt naar verwachting negentig dagen.

Over de precieze inzet wordt nog gesproken met de VN. Nederland heeft ook aangeboden om het hoofdkwartier in Damascus met civiel personeel te ondersteunen. Ook geeft Nederland financiële steun aan de missie, die wordt geleid door voormalig VN-baas Kofi Annan.

Rosenthal en Hillen omschrijven de veiligheidssituatie in Syrië als 'aanhoudend slecht'. "Er zijn dagelijks geweldsincidenten met kleinkaliberwapens, mortieren en geïmproviseerde explosieven." De afgelopen twee weken zijn ook ontploffingen geweest in de buurt van voertuigen van VN-waarnemers, maar daarbij zijn geen slachtoffers gevallen.

De VN heeft maatregelen getroffen om de risico's voor het personeel zo veel mogelijk af te dekken. De bewindslieden vinden daarom de gevaren die de Nederlandse functionarissen lopen 'aanvaardbaar'.

De aanslag in Houla waarbij tientallen vrouwen en kinderen omkwamen is het dieptepunt tot dusver, schrijven de ministers. Nederland verklaarde de Syrische ambassadeur daarop tot persona non grata. De Syrische gezant voor Nederland is gevestigd in Brussel.