Yolanda Staphorsius is vol vertrouwen: Nederland gaat winnen. Yolanda zou het moeten weten, als voltijd oranjefan. Op haar enkel liet ze een paar jaar geleden de eerste twee maten van het Wilhelmus tatoeëren. “Ik ben gewoon trots op Nederland. Het volkslied en het voetbal horen daarbij.” Met zulke fans, in een jonge, sportminnende stad, zou een daverend oranjefeest geen probleem moeten zijn.
Dat hebben de cafés op de Grote Markt ook bedacht. Ze hebben het plein voorzien van immense tv-schermen en een brute geluidsinstallatie. Jongens met sportschoolschouders, meisjes royaal in de zaterdagavondmake-up, buikige mannen in tuinbroeken van oranje badstof, zijn op slag hun pleinvrees kwijt als bij de eerste klanken van het Wilhelmus de zon doorbreekt.

Yolanda’s broer Rutger en zijn gabber Robin Verwaard zetten ook in, de hand op het hart. Ze stonden bij het vorige EK op een bruisende oranjecamping in Bern. Dat was even wat anders dan hier op zo’n winderig plein, zeker nu de zon weer weg is. Maar goed, we zijn begonnen, en niet eens slecht, zegt Robin. Een schot van Van Persie gaat naast. Op het plein klinkt meteen de roep om een wissel. Robin vindt dat flauw, ook al is hij zelf pro-Huntelaar. Hij probeert het plein aan te vuren tot een collectief ‘hup, Holland hup’, maar zelfs Yolanda valt hem niet bij.

De cafés hebben de Grote Markt omheind tegen koelboxdrinkers, maar het publiek lijkt niet zo dorstig, of het is zuinig, want het personeel loopt vooral met lege bladen rond. En dan moet de goal voor Denemarken nog vallen. Het gemopper is daarna niet meer van de lucht. “Maar er vált toch ook gewoon heel veel te kankeren op hoe dit elftal speelt”, vat student Martijn Sprenkelaar de gevoelens samen.
In het wachthuis bij station Almere Centrum, waar buschauffeurs de tijd tussen hun ritten doorbrengen, is het oordeel eender. Al is de analyse anders. “Van Marwijk doet net of Nederland geen multiculturele samenleving is”, zegt Jim, zelf van Surinaamse afkomst. “Jij wilt zeker dat Seedorf erin komt”, reageert collega Sjaak. Dat mocht Oranje willen, zegt Jim. “Maar Seedorf wilde niet. Het probleem is dat deze jongens met hun miljarden niet meer willen opdraven voor de naam en faam van hun land.” Zijn advies: onbekende spelers opstellen. Er komt nog een Surinaamse chauffeur het wachthuisje binnen. “Ach, die Nederlanders. Met al hun geschreeuw van ‘we worden kampioen’, zijn ze vergeten dat er andere landen zijn die ook kunnen voetballen.”

Het feestje op de Grote Markt wil door het verlies niet echt een feest worden. Zou het op de Kopenhagenstraat in Almere Buiten wél gezellig zijn? Ach nee. Daar zitten ze huis aan huis de nabeschouwing te kijken. Met een beetje geluk horen ze de opmerking van NOS-commentator Jeroen Grueter terug: “Is het niet zo dat uit teleurstelling de mooiste dingen kunnen voortkomen?” Wie weet.