Leon de Winter werd tijdens het schrijven van zijn nieuwste roman VSV met zijn grootste kwelgeest geconfronteerd. “Theo van Gogh heeft bij mij op de deur geklopt. En ik kon mij daar niet aan onttrekken.”

“Ik heb hem niet uitgekozen als mijn favoriete haatobject, maar omgekeerd wel”, omschrijft Leon de Winter (58) zijn onlosmakelijke band met Theo van Gogh. De in 2004 vermoordde filmmaker en Metro-columnist beweerde dat de schrijver zijn ‘joodse identiteit uitbuitte’ en zelfs stukjes prikkeldraad van concentratiekampen verzamelde. Voor zijn nieuwe roman VSV speelde De Winter naar aanleiding van de gijzeling in een school in de Russische stad Beslan met het idee zoiets in Amsterdam te laten plaatsvinden. “De inzet was dat de gijzelnemers de vrijlating van de moordenaar van Theo van Gogh eisten”, blikt hij terug. “Toen ik googelde naar Mohammed Bouyeri, vond ik op YouTube een filmpje van het tv-programma Het Zwarte Schaap waarin Van Gogh zei dat ik prikkeldraad verzamelde. Theo klopte bij mij op de deur, en ik kon mij daar niet aan onttrekken. Na een hoop getwijfel en geaarzel heb ik een heel ander boek gemaakt.”

Bent u ooit door een journalist gevraagd naar die prikkeldraadverzameling, zoals in het boek?

"Nee. Ik woonde toen Los Angeles. Alles in VSV is fictie. Ik heb ook nooit een drugstransport gefinancierd. Was het maar waar! Het lijkt me uitermate lucratief. Ik ben nooit met zulke criminelen in aanraking geweest. Maar ik sluit niet uit voor de verleiding te zijn bezweken. Ik heb ook nooit voor Job Cohen een speech geschreven."

In VSV schrijft u Theo van Gogh te missen?

"Ja, dat is het gekke natuurlijk. Toen vond ik hem weerzinwekkend, en nu vind ik het jammer dat we die stem niet meer hebben. Ik concludeer, en nu nog heviger dan voor ik dit boek schreef, dat ik Van Gogh best had willen ontmoeten."

Toen wilde u dat niet?

"Nee. Eén keer ben ik heel dicht bij hem in de buurt geweest. Ik was te gast bij een debat van een tv-programma, een soort talkshow. Na afloop hoorde ik dat de regisseur van die liveshow Theo van Gogh was. Ik vond het heel maf toen ik het hoorde, heel verwarrend. Ik heb er nu spijt van dat ik toen niet even naar hem ben toegegaan. Ik had dat moeten doen, maar deed het niet. Ik denk dat ik qua temperament met hem had kunnen opschieten. Ik ben nooit zo ver gegaan als hij, maar ik durf ook iets stevigs te schrijven. Ik denk dat hij mij heel diep had willen krenken. Waarom? Om mij tot zwijgen te brengen of een enorme reactie teweeg te brengen."

Dat gunde u hem niet?

"Nee. Omdat ik mij écht gekwetst voelde. Diep gekrenkt."

In VSV staat de joodse identiteit wat minder op de voorgrond dan in uw andere boeken.

"Er zitten wel een groot aantal joodse personages in, maar het is inderdaad niet gethematiseerd. Daar heb je gelijk in. Het staat niet in het centrum van het verhaal. Ik heb daar eigenlijk tot nu toe niet zo over nagedacht. Die thematiek, die ik toch eigenlijk in heel veel boeken heb uitgewerkt, heb ik hier wat kleiner gehouden. Er zijn wel joodse personages, omdat die wat makkelijker voor mij zijn uit te werken."

Elk boek is een rouwproces zei u ooit.

"Dit boek gaat natuurlijk ook over loslaten, doorgaan en iets proberen af te sluiten. Ik probeer zelfs afscheid te nemen van een man die ik nooit heb gekend. Ik heb hem opgeroepen, zoals ik in het verleden vaderfiguren heb opgeroepen in mijn werk. Mijn vader stierf toen ik heel jong was, maar er komt vaak een vader voor in mijn boeken. Ik verzin dan een vader om daarna afscheid van hem te nemen. En dat heb ik nu in feite ook met Theo van Gogh gedaan."

Heeft u hierdoor sympathie voor hem gekregen?

"Dat is het gekke. Dat ik hem ben gaan missen, terwijl ik hem alleen maar gekend heb als iemand die mij wilde provoceren, te verwonden."

U werkt aan een internetproject voor jonge schrijvers?

"Daar heb ik volgende week weer een gesprek over. Het is vreselijk ingewikkeld goede partners te vinden als je op internet iets met boeken wilt doen. De bedrijfstak is uitermate terughoudend, ongelooflijk angstig. Iedereen is bang de verkeerde stap te zetten, terwijl volkomen duidelijk is dat het boekenvak voor altijd veranderd is."

Blijven boeken bestaan?

"Boeken zullen altijd blijven, ja. Maar de meeste ga je als ebook lezen. Ook komen er videoboeken: een combinatie van tekst en bewegende beelden. Dat lijkt mij fantastisch. Ik ben niet bang voor wat er op internet gebeurt. Integendeel: internet is één van de grote wonderen van onze tijd. Maar het verandert alles. Alles wat zeker was, wordt onzeker. De technologie stelt ons in staat op een hele andere manier verhalen te vertellen. Als gemaskeerde muzikant is dat fantastisch. Elke schrijver droomde er van rockster te worden. Ik had zo graag een rockster willen zijn. In de jaren ’80 heb ik met wat filmregisseurs in een bandje gezeten. We traden zo nu en dan op, hebben zelfs een videoclip gemaakt."

Komt u wel eens schrijftalent tegen?

"Mijn dochter. Ik heb net de derde versie van haar laatste roman gelezen. Ze is net vijftien geworden. Het is zo ontroerend om bij je dochter die vertel- en schrijfdrift waar te nemen. De gesprekken met haar over haar werk behoren tot de mooiste gesprekken die ik in mijn leven heb gehad."