WASHINGTON - Bijna al het landijs op Groenland is eerder deze maand in vier dagen tijd gesmolten. Zelfs op de hoogste en koudste plek van Groenland bleef het ijs niet liggen. Uit ijsboringen blijkt dat dit fenomeen voor het laatst plaatshad in 1889 en ongeveer iedere honderdvijftig jaar voorkomt.
Drie satellieten van ruimtevaartorganisatie NASA legden het snelle smelten van de ijskap tussen 8 en 12 juli vast. Vooral de snelheid waarmee het ijs smolt en de grote oppervlakte waarop dit gebeurde, zijn opvallend. Dikke ijslagen bleven wel liggen.
Het ijs op Groenland werd letterlijk bedekt met een golf warme lucht, zei NASA-ijswetenschapper Tom Wagner dinsdag.
In de betreffende vier dagen nam het oppervlak gesmolten ijs toe van veertig tot 97 procent. Hoeveel ijs er precies verdwenen is, kon Wagner niet zeggen, maar het lijkt erop dat het smeltwater inmiddels alweer bevriest.
Eerder deze maand legden satellieten ook vast hoe een ijsberg ter grootte van Texel afbrak van een gletsjer in het noorden van Groenland. Tegelijkertijd wordt een steeds kleiner zeegebied bedekt met arctisch pakijs.
Omdat het razendsnelle smelten van ijs op Groenland in het verleden vaker is voorgekomen kunnen Wagner en zijn collega's niet vaststellen of sprake is van een, hoewel zeldzaam, natuurlijk fenomeen of van een gevolg van de opwarming van de aarde. Wel kent Groenland dit jaar een ongebruikelijk warme zomer.

















