De vaste baan mag dan steeds minder de norm zijn, in de ambitie van veel jonge werknemers is de vaste aanstelling weer terug van weggeweest. Bijna 40 procent van de Nederlandse werknemers onder de 30 jaar wil tot het pensioen bij de huidige werkgever blijven. Dat blijkt uit onderzoek van consultancybedrijf Towers Watson onder 32.000 werknemers in 29 landen, waaronder 1.001 in Nederland. Behalve in Duitsland is nergens de wens onder jonge werknemers zo sterk om een leven lang bij dezelfde baas te blijven.

De uitkomst is opmerkelijk, maar verklaarbaar, zegt Marjola Rintjema van Towers Watson. “Werknemers hechten meer dan vroeger aan zekerheid. Ze hebben meer moeite om aan een baan te komen. Wie een baan heeft, is allang blij en blijft zitten waar hij zit.” Die neiging wordt minder bij 30-plussers en neemt weer toe zodra werknemers richting pensioen gaan. “De 30-plussers hebben ook de goede tijd meegemaakt en hebben meer vertrouwen dan een nieuwe werkgevers zich wel weer aandient. Wie nu op de arbeidsmarkt komt, heeft alleen maar crisis meegemaakt.”

Toch verbaast de uitkomst Ruud Muffels, hoogleraar arbeidsmarkt aan de Universiteit Tilburg. “Jongeren verlangen meestal meer variatie in hun loopbaan. Ze willen eerst rondkijken voordat ze zich binden. Ik vermoed dat dit een reactie is op de crisis. Er worden immers weinig vaste banen aangeboden, dus als je er een krijgt, hou je ‘m. De doorstroming is gering.”

Toch wordt de jonge generatie werknemers allerminst geplaagd door doemdenken als het op hun baan aankomt. Ze zijn aanmerkelijk positiever over de beloning voor hun inspanning en betrokkenheid dan hun oudere collega’s.

De vooruitzichten zijn ook zo slecht nog niet, zegt Muffels. “De vergrijzing biedt verlichting. Nu merk je het nog niet zo goed, maar de komende jaren komt er een behoorlijke behoefte aan vervanging van gepensioneerde werknemers.” Muffels kan zich niet voorstellen dat jongeren dan nog steeds zou graag tot aan hun pensioen bij dezelfde werkgever willen blijven.