Job Cohen treedt met onmiddellijke ingang terug als politiek leider van de Partij van de Arbeid. Hij legt het voorzitterschap van de Tweede Kamerfractie neer en zal niet terugkeren in de Tweede Kamer. Dat heeft hij maandag bekendgemaakt.

Cohen zegt de overstap naar de landelijke politiek te hebben gemaakt omdat hij wilde bijdragen aan een 'fatsoenlijke samenleving'. "Ik moet helaas vaststellen dat ik er onvoldoende in ben geslaagd de weg naar deze fatsoenlijke samenleving geloofwaardig over het voetlicht te brengen", zegt Cohen in een schriftelijke verklaring.

"Mensen perspectief bieden, zeker in deze crisistijd, dat is de taak van de PvdA. En wanneer je als politiek leider daaraan onvoldoende effectief kunt bijdragen, behoor je terug te treden", stelt de 64-jarige Cohen verder. Om 16.30 uur geeft Cohen samen met partijvoorzitter Hans Spekman een persconferentie op het partijbureau in Amsterdam.

De positie van Cohen als partijleider stond in toenemende mate ter discussie. In de peilingen werd de PvdA ruimschoots voorbijgestreefd door de SP. Vorige week bleek dat een deel van de PvdA-fractie niet langer vertrouwen in hem heeft.

Cohen stelde zich in maart 2010 kandidaat voor het partijleiderschap, nadat zijn voorganger Wouter Bos onverwacht zijn vertrek had aangekondigd. Tot dan was Cohen burgemeester van Amsterdam. Onder leiding van Cohen haalde de PvdA dertig zetels bij de verkiezingen in juni 2010. Dat was één zetel minder dan de VVD. Het premierschap ging aan Cohen voorbij. Cohen had grote moeite met zijn rol als leider van een oppositiepartij.

Een veelgenoemde opvolger als partijleider is de Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher. Die kan Cohen echter niet opvolgen als fractievoorzitter, omdat hij niet in de Tweede Kamer zit. In de fractie gelden onder anderen Diederik Samsom en Martijn van Dam als mogelijke opvolgers. Samsom deed in 2008 al een gooi naar het fractievoorzitterschap. Hij verloor toen van Mariëtte Hamer.