Herman Wegter worstelt om het zonnescherm van de benauwde kamer van Arie Slob naar boven te krijgen. “Typisch Haags hè, om je zo op te sluiten”, zegt hij tegen zijn woordvoerder, die naast hem plaatsneemt. Hij zal het interview meerdere keren onderbreken om inhoudelijke aanvullingen te doen.
Wat wil jij in de hoed gooien?
Pessimisme. We zitten in een crisis. Iedereen maakt zich zorgen over zijn of haar baan. Toch hebben we alle reden in Nederland om tevreden te zijn.
Hoe blijf je positief?
Door te zien wat er wel kan.
Heb je een concrete oplossing voor handen? Voor bepaalde groepen?
Zijn woordvoerder springt meteen in: op deze vraag kun je het punt maken van goedkopere arbeid.
Herman: Je kunt inderdaad beter werk hebben voor wat minder dan helemaal geen werk. Of je doet vrijwilligerswerk. Bij mijn programma Nederland Helpt heb ik zoveel werklozen ontmoet die meedoen. Ik was in Amsterdam bij de Repairshop, hier doen werklozen klusjes. Daar kun je bijvoorbeeld een kapotte stofzuiger laten maken. De lokale overheid faciliteert dat dan, bijvoorbeeld door een werkruimte ter beschikking te stellen
Woordvoerder: Ja, of een tegenprestatie vragen van iemand die een uitkering krijgt. Of gebruik de WW om iemand van de ene naar de andere baan te helpen.
In hoeverre speelt idealisme een rol?
Het is bijna een chronische ziekte die ik heb. Wereldverbeteraar vind ik een mooi woord. Daarom maak ik programma’s over mooie projecten, bijvoorbeeld over een student die een oma adopteert. Dit soort verhalen heb ik in de afgelopen twaalf jaar vaak verteld bij de EO, maar ik wil meer bijdragen dan alleen die verhalen te vertellen. Dat is ook mijn verlangen om naar Den Haag te gaan.
Met programma’s heb je directe invloed. Hoe zit dat hier?
Hier is het een veel taaier proces. Ik zit nu op een klein bootje dat alle kanten op kan. Dit is een grote tanker die veel lastiger in beweging komt. Op den duur kan zo’n tanker van koers veranderen. Ik ben hier de afgelopen jaren vaak geweest. Ik weet een beetje hoe de hazen lopen. Het is een interessant vak, een spel, wheelen en dealen hoort erbij.
Je hebt veel portretten gemaakt van mensen die hun eigen omgeving een stukje mooier maakten. Hoe zit dat bij jou?
Ik heb een club vrienden en daarmee doe ik ongeveer twee keer per jaar vrijwilligerswerk via de stichting Present. Je meldt je aan als groep en wordt gekoppeld aan een gezin met een hulpvraag. Dat is zo leuk! Met vrienden ben je lekker aan het klussen en dan verlaat je het huis en is het helemaal aan kant.
Was je vroeger ook politiek betrokken?
Totaal niet. Ik heb heel lang het nut van politiek niet ingezien. Ik was idealist en wilde iets aan de honger in Afrika doen. De overheid beschouwde ik meer als een instrument voor de langere termijn. Er moest nu iets gebeuren. Maar ik heb gezien dat als je structureel iets wil veranderen, je dat vanuit de overheid moet doen.
Vaar je heel erg op God bij je keuzes? Hoe werkt dat?
Dat vraag ik me ook nog steeds af. Ik heb heel lang gedacht: ik wacht tot er een heel duidelijk punt komt, nu moet ik dit gaan doen. Ik ben er achtergekomen dat als ik dat aan God vraag, dat hij antwoordt: wat denk je zelf. Gewoon duidelijk je hart volgen. In de Tweede Kamer bemerkte ik een verlangen dat het te gek is om hier mee te doen. Dit is nu de weg die ik moet gaan. Ik spreek je 13 september wel weer. Ik heb geen plan B. Dit is wat ik nu wil. Ik sta op een heel spannende plek. Zaterdag moet dat goedgekeurd worden door het congres. De ChristenUnie heeft nog nooit zeven zetels gehaald. Toch geloof ik dat dit moet kunnen. We hebben gewoon zo’n goed verhaal.
Elke politicus wil een beter Nederland. Hoe ga jij je onderscheiden?
De ChristenUnie heeft een heel eigen geluid. Daar onderscheid ik mij al mee. En ik ben onderdeel van een nieuwe generatie. We zijn pragmatisch en doelgericht.
De Haagse werkelijkheid is ook weerbarstig en stroperig.
Dat is ook zo. Ik moet ervaren hoe dat is. Het doel heiligt de middelen.
Woordvoerder: Wetgeving veranderen is een langdurig proces, maar een Kamerlid kan de media zoeken en heeft het instrument van Kamervragen.
Hoe omschrijven jouw vrienden Herman Wegter?
Ze vinden mij gedreven. Dat is lastig, want ik pas mij niet aan. Op tv vinden zij mij dezelfde persoon als in het café. Tegelijkertijd weet ik heel goed wat ik wil. Daarin kan ik behoorlijk dwingend zijn. Ik heb een uitgesproken mening over dingen. Ik ben een beetje een eigenwijze flapdrol, maar dat schijnt hier heel normaal te zijn.
Veel mensen kennen jou van het programma De Kist. Wat heeft dat met jou gedaan, zoveel over de dood praten?
Ik heb er heel veel van geleerd. Dat was voor mij ook rouwverwerking. Ik ging dat programma doen een half jaar nadat mijn vader plotseling op 53-jarige leeftijd was overleden. Het was een manier om de dood een plek te geven. Het allermooiste van de dood onder ogen zien, is om scherp te krijgen wat er belangrijk is in het leven. In het dagelijks leven verzuip je in alle details. Iedereen die bij een graf heeft gestaan van een dierbare, realiseert zich dat dit allemaal niet belangrijk is.
Dan blijft over: wat beteken ik voor de mensen om mij heen? Mijn vader was 53. Ik heb geen garantie dat ik ouder word. Voor mij was de conclusie: ik wil gewoon doen wat ik kan om de wereld ietsje beter te maken. Ik kan heel goed praten en mensen overtuigen. Daarom was het voor mij geen onlogische stap om een gooi naar een zetel te doen.


















