Het is morgen een jaar geleden dat in Syrië de eerste straatprotesten tegen president Bashar al-Assad werden gehouden. Het dictatoriale staatshoofd sloeg hard terug, vooral met systematische arrestaties en martelingen. Dat blijkt uit een rapport van Amnesty International, dat vandaag wordt gepubliceerd. Hierin staan gedetailleerde verhalen van negentien gevluchte Syriërs die door veiligheidsdiensten gruwelijk werden gemarteld tijdens wekenlange opsluiting in erbarmelijke omstandigheden.

De praktijken gaan verder dan slaan en bedreiging van veelal onschuldige burgers. Amnesty spreekt op basis van getuigenissen van 31 soorten folteringen, variërend van het uittrekken van haren, het uitdrukken van sigaretten op lichamen, het afscheuren van vlees met tangen, elektrische schokken, verkrachting tot kruisiging. Een week geleden vertoonde het Britse Channel 4 nog een video waarop te zien was hoe mensen in een ziekenhuis in de stad Homs werden gemarteld.

Amnesty wil dat het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag nu in actie komt. “Het ICC is de beste manier om degenen die de grove misdaden tegen het Syrische volk hebben gepleegd verantwoordelijk te houden”, zegt Ann Harrison. “De opdrachtgevers van deze daden mogen niet twijfelen dat ze ooit voor het gerecht moeten verschijnen.” Amnesty zegt de namen van 6500 Syriërs te hebben die het afgelopen jaar door veiligheidsdiensten werden gedood.

Vooralsnog ziet het er niet naar uit dat Assad en leden van zijn regime naar Den Haag komen. Het ICC kan alleen onderzoek doen in landen die het strafhof erkennen of op verzoek van de VN-Veiligheidsraad, zoals in Libië en eerder Darfur. Rusland en China blokkeren echter alle resoluties over Syrië in de Veiligheidsraad met een veto. “Om deze reden heeft het ICC geen jurisdictie over de situatie en kan er geen onderzoek naar mensenrechtenschendingen worden geopend”, bevestigt woordvoerder Fadi El Abdallah.