Duurzame energieopwekking in Nederland staat stil. Het aandeel energie verkregen uit vervangbare bronnen ligt al jaren rond de 4 procent. De stagnatie heeft volgens energiedeskundige André Wakker duidelijke oorzaken. “Windenergie op land is een moeilijk verhaal geworden; er kunnen nauwelijks nog turbines bij. Voor meer windparken op zee is te weinig draagvlak. Zonne-energie schiet ook niet op; er zijn te weinig zonnepanelen en wat er bij komt, tikt nauwelijks aan. Waterkracht? Mestvergisting? Kruimelwerk.” “Het gaat bij lange na niet hard genoeg”, beaamt Kees van der Leun van Ecofys, adviesbureau voor duurzame energie.

Het aandeel van ‘hernieuwbare energie’ (op korte termijn weer aangevuld) in het totale energieverbruik nam vorig jaar iets toe, van 3,8 naar 4,2 procent, zo bleek onlangs uit cijfers van het CBS. De relatieve stijging kwam echter vooral doordat het totale energieverbruik lager was.

De stijging ligt hoe dan ook niet in lijn met de doelstellingen die Nederland binnen Europa heeft afgesproken. In 2020 moet 14 procent van de in Nederland opgewekte energie uit hernieuwbare bronnen komen. Volgens Wakker zouden alleen meer windparken op zee zoden aan de dijk zetten. Daarvoor zou er jaarlijks nog 3 miljard euro aan subsidie bij moeten.

‘Hernieuwbaar’ betekent trouwens niet dat opwekking of verbruik ervan per se milieuvriendelijk is. Zo krikt Nederland zijn aandeel hernieuwbare energie op door biomassa bij te stoken in kolencentrales. Het gaat dan vooral om hout uit Canadese bossen. Bij verbranding komen evengoed roet en broeikasgassen vrij.