Genen kunnen in belangrijke mate bepalen hoelang jongeren dagelijks voor de buis hangen, videospelletjes spelen en internetten. Bij jongens speelt genetische aanleg een grotere rol dan bij meisjes, zo blijkt uit Nederlands onderzoek van het VU Medisch Centrum gefinancierd door het Wereld Kanker Onderzoek Fonds. Ouders kunnen kinderen met aanleg voor passiviteit wel sturen, mits ze er bijtijds mee beginnen. Met name bij jonge tieners is de invloed van het thuisfront op het gedrag groot.

Voor het eerst wordt er een verband gelegd tussen genen en de vrijetijdsbesteding van jongeren. Uit het onderzoek blijkt dat het verschil in gedrag van 12-jarige jongens voor 35 procent kan worden toegeschreven aan de genen, bij meisjes voor 19 procent. Voor de rest spelen omgevingsfactoren zoals omstandigheden thuis of op school een rol.

“Een belangrijke uitkomst”, stelt Gemund Daal, communicatiecoördinator van Stichting Wereld Kanker Onderzoek Fonds. “Deze resultaten onderstrepen het belang van een goede opvoeding. Er zijn jongeren die een genetische aanleg hebben om veel voor de buis te zitten. Maar het onderzoek laat ook zien dat de omgeving thuis voor jongens en meisjes aanvankelijk minstens zo’n grote invloed heeft op het gedrag. Als een ouder zijn kind motiveert om actiever te zijn, maakt dat dus een groot verschil.”

Wel is het noodzakelijk dat dit bijtijds gebeurt, benadrukt hij. “Vanaf het 16e levensjaar neemt de invloed van omgevingsfactoren en zeker ook het thuisfront af. Het effect van de genen wordt dan sterker, waardoor kinderen eerder kunnen vervallen in het gedrag waar ze genetische aanleg voor hebben.”

Saskia te Velde, onderzoeker van het VU Medisch Centrum, is het met Daal eens. “Te veel tijd besteden aan zittende activiteiten kan leiden tot veranderingen in de stofwisseling en overgewicht. De resultaten van dit onderzoek tonen aan dat de omgeving thuis van groot belang is voor het ontmoedigen van overmatige tijdsbesteding aan zittende activiteiten. De invloed van de thuisomgeving wordt minder naarmate jongeren ouder worden. Hoe eerder ouders hun kinderen aanmoedigen om in beweging te komen, hoe beter.”

De onderzoekers denken dat maatregelen zoals een tijdslimiet voor het kijken van tv of surfen op internet effectiever zijn dan voorlichting aan jongeren over de gevaren van te weinig bewegen. Verder onderzoek moet uitwijzen of dat daadwerkelijk het geval is.