Enkele grote Nederlandse transportbedrijven ontduiken de regels voor de arbeidsvoorwaarden. Ze laten chauffeurs uit Oost-Europa rijden tegen salarissen die ver onder het Nederlandse cao-niveau liggen en werken zo het ontduiken van de wetgeving voor arbeidstijden in de hand. FNV Bondgenoten heeft dat vrijdag gezegd. De vakbond heeft onderzoek gedaan bij de transportbedrijven Den Hartogh uit Rozenburg en Van den Bosch Transport uit Erp. De dossiers worden volgende week overhandigd aan de Inspectie Leefomgeving en Transport en de Inspectie SZW.
De dossiers bevatten onder ede afgelegde getuigenverklaringen van werknemers, arbeidscontracten en filmbeelden van sollicitatiegesprekken door buitenlandse chauffeurs bij deze bedrijven. FNV Bondgenoten wil dat de overheidsinspecties de controles aanscherpen. Directeur Peter van den Bosch van Van den Bosch Transport uit Erp moet binnenkort getuigen in een door de FNV aangespannen rechtszaak.
Volgens bestuurder Edwin Atema van FNV Bondgenoten worden Oost-Europese chauffeurs soms zo slecht betaald dat ze, om aan voldoende inkomsten te komen, de rij- en rusttijden aan hun laars lappen. De FNV heeft aanwijzingen dat de overheidsinspecties hier te weinig werk van maken. Ze zouden te weinig mankracht en middelen hebben om effectief te controleren.
FNV Bondgenoten voert al meer dan een jaar actie om aan te tonen wat er mis is in het wegtransport. Volgens de bond is de EU met haar grote loonverschillen en slechte handhaving van de regels nog lang niet klaar voor een verdere liberalisering van het beroepsgoederenvervoer.














