Twee doelpunten heeft Nederland al om de oren gehad en het Pieter Vreedeplein in Tilburg is nog altijd in opperbeste stemming. Er wordt gekletst, gedronken en in de rust wordt er zelfs her en der gedanst. “Of we nu winnen of verliezen, feestvieren doen we toch”, zegt student Mitch Kox. “Let maar op”, analyseert Jacky Raimond. “Als we er nu twee bij prikken, dan hebben we dat gevoel van ’88 weer terug.” Jacky was in ’88 nog niet eens geboren. Zijn pa Leo wel. Prachtig was het, vertelt hij zijn zoons en hun vrienden. “Nu moeten we misschien gewoon erkennen dat we niet zo goed zijn. Dat is niet erg, want of we nu winnen of verliezen, we blijven supporter.”

Waar zou dat Oranje-optimisme toch vandaan komen? Tilburg is Brabant - daar houden ze wel van een feestje. Tilburg heeft Willem II, de koningsclub die als enige in Nederland speelt in rood-wit-blauw. Tilburg heeft studenten die morgen niet vroeg op hoeven. En er zijn vanavond veel meiden bij, dat helpt.
Jan van de Weijer van café Lokaal Zeven heeft zeker reden om te lachen. Het plein voor zijn kroeg staat ramvol; zo’n drieduizend bezoekers moeten er naar het vier jaar oude plein in hartje Tilburg zijn gekomen. Dat hij de drie kilometer aan vlaggenslingers (‘twee dagen werk’) boven het plein heeft moeten verwijderen omdat de gemeente er een veiligheidsrisico in zag, donderde niet. Het publiek drinkt nu tenminste zijn bier, nu hij er beveiligers op laat toezien, en niet meegebrachte blikken, zoals vorige keer. Jan heeft het goed aangepakt, met een immens podium met lichtinstallatie, dj’s, rook- en confettimachines, de hele rataplan.

Van de Weijer is niet meer te verstaan. Stekelenburg houdt een bal tegen. Het plein juicht alsof er is gescoord. Even later is het echt: een doelpunt. Er gaat bier door de lucht, het gejuich is oorverdovend. Een Russische familie, op fietsvakantie, beschouwt de oranjemassa. “Wat ontzettend mooi kunnen ze hier feestvieren”, zegt moeder Ttjana. “Ik had ze graag de winst gegund.”