Spanje heeft na lang twijfelen toch bij de Europese Unie aangeklopt om de bankencrisis in het land te bezweren. Omdat het land amper nog geld kan lenen en een bankrun dreigde, werd zaterdag besloten een beroep te doen op Europese noodhulp. Opvallend genoeg liet de Spaanse premier Mariano Rajoy de bekendmaking van het nieuws over aan minister Luis de Guindos van Economische Zaken. Die verklaarde dat pas eind deze maand bekend is hoeveel geld precies nodig is om de noodlijdende Spaanse banken overeind te houden. Het nieuws werd nu al bekendgemaakt in een poging de rust op de financiële markten te herstelle
De Guindos benadrukte dat geen sprake is van een ‘bailout’, zoals voor Griekenland en Portugal noodzakelijk was. Brussel reageerde alvast 100 miljard te reserveren. Met de hulp moet louter het vermogen worden aangevuld van banken die door slechte vastgoedleningen getroffen zijn. “Als we ons huiswerk niet hadden gedaan, zou er straks sprake zijn van een overname van Spanje, in plaats van slechts het lenen van geld”, zei premier Rajoy gisteren op een persconferentie. Wel bleef hij pessimistisch over de economische situatie in Spanje. “Dit wordt een slecht jaar.”
In Brussel reageerde men opgelucht op de draai die Spanje maakte. Ondanks dat de financiële markten de afgelopen weken het vertrouwen in Spanje haast volkomen hadden opgezegd, bleef Rajoy volhouden zelf uit de economische en financiële misère te kunnen geraken. Niemand geloofde daarin, omdat alleen al 19 miljard nodig is om de genationaliseerde bankgigant Bankia van de ondergang te redden. “Wij zijn er van overtuigd dat het vertrouwen van investeerders in Spanje terugkeert dankzij de structurele hervormingen en deze herstructurering van het bankwezen”, stond in een persverklaring van voorzitter Jose Manuel Barroso van de Europese Commissie.














