Les 1
Met een trainingskite van 1,5 meter in de hand begin ik behoorlijk gespannen aan mijn eerste les. Zo test Bart, de leraar, mijn behendigheid tijdens het vliegeren. Hij legt uit dat er een onzichtbare boog boven je loopt van links (negen uur), naar boven (twaalf uur), naar rechts (drie uur) waarin de vlieger weinig weerstand van de wind krijgt. Alles beneden die boog heet de powerzone. En je voelt snel genoeg waarom dat zo heet. Deze kleine vlieger sleept me al vooruit en zorgt voor behoorlijk wat angstzweet. “Klaar voor de volgende stap?”, vraagt Bart. “Uhm, ik denk het wel,” zeg ik onzeker. “Dan gaan we over op de zeven meter kite”, meldt hij vrolijk. “Zeven meter...”
Charmant ingepakt in wetsuit, trapeze: een soort stevige luier waar je in stapt, helm en reddingsvest luister ik naar de uitleg over het gevaarte. De gedachte dat de kite in de powerzone komt veroorzaakt een extra druppeltje op mijn voorhoofd. Maar wat geeft het een kick als ik de kite van zeven meter oplaat en gecontroleerd boven mijn hoofd kan laten hangen, terwijl windkracht vijf mij om de oren blaast. De belangrijkste tip van vandaag, waar ik gretig gebruik van heb gemaakt: voel je geen controle of ben je bang, laat de bar (het stuur) los. De vlieger vangt dan geen wind meer en landt vanzelf.
Les 2
Guido leert mij vandaag de kneepjes van het vak. We nemen door wat ik de vorige les heb geleerd en na het broodnodige opfrissen van informatie is het tijd voor ‘bodydraggen’. Oftewel je door het water voort laten slepen met behulp van de kite. Dat klinkt heftig. Maar ja, mijn handtekening staat al onder het ‘eigen-risico-formulier’.
Hij doet voor en dan ‘mag’ ik. Met vlieger in de hand lopen we het water in. Guido houdt me voor de veiligheid aan de achterkant van mijn trapeze vast. Maar tijdens de eerste poging laat mijn coördinatie me al snel in de steek. De stroming is te sterk, ik trappel met mijn voeten onder water, de golven slaan in m’n gezicht en ik probeer ook nog een vlieger van zeven meter in bedwang te houden. Dit is even niet zo leuk. Maar na wat zeperds, krijg ik het door tips en uitleg aardig te pakken. De kite sleurt me door het water en dat is een heel gaaf gevoel. Na 3,5 uur loop ik verkleumd, tevreden en al iets minder angstig het water uit.
Les 3
De derde les neemt Marten voor zijn rekening. Ik laat zien wat ik kan en mag met het board aan de slag. Eerst oefenen in het water met het board ‘aantrekken’ terwijl de vlieger boven mij hangt. Dat gaat best soepel.
Eindelijk mag ik het echte kitesurfen uitproberen. Te beginnen met de waterstart: de meest gangbare manier om te starten met varen. Met vlieger en board het water in, board aan je voeten planten, kite op één uur en dan goed insturen naar half twaalf. “Je kunt het beter met overtuiging doen dan dat je het twintig keer net niet probeert,” aldus Marten. Nou dat heb ik geweten. Zeer enthousiast stuur ik de kite in en tien meter verder moet ik bijkomen van de enorme klapper. Blijkt dat je direct weer moet tegensturen na de start. Ah, klein detail gemist.
Mijn trillende beentjes mogen gelukkig even bijkomen tijdens de uitleg van de ‘self-rescue’ op het strand. De naam zegt het al, je leert hoe je jezelf kunt redden in geval van nood. Nadat ik dit in mijn oren heb geknoopt snel de zee weer in. Na een aantal pogingen gaat het beter en sta ik soms zelfs even. Dat gevoel doet al het harde werk en de harde klap van daarvoor meteen vergeten. Ik snap dat dit verslavend is. Ik wil nog veel meer, maar mijn lichaam is na 3,5 uur les op. Trots ontvang ik de eerste afgevinkte vakjes op mijn IKO-certificaat.
Vanaf nu ga ik zelf oefenen, op zoek naar een ‘buddy’.
Nog een tip: kijk of je een school in de buurt kunt vinden van je woonplaats. Doordat het weer snel kan omslaan, kun je anticiperen en zorg je ervoor dat je minder lessen mist.
Kijk voor meer informatie op www.kitesurfles.nl en
op www.ikointl.com.

















