Guus Bauer, ‘de Amsterdamse schrijver met Boheemse ziel’, schreef met De tuinman van niemandsland, een tijdloos sprookje over ‘een familie in het land in het midden’. Daarmee bedoelt de schrijver enerzijds Tsjechië, maar het verhaal is ook een metafoor over hoe een volk omgaat met voortdurende bezetting, zo legt hij uit. “Ik ben vaak verbaasd geweest over wat de personages in mijn boek deden.”

Bauer is geen onbekende in de boekenwereld. Hij schreef al 31 boeken en delen van een vorig boek (De lokkende diepte) werden in Tsjechië verfilmd door Milos Forman (Amadeus). Desondanks vindt hij het niet erg als mensen denken dat De tuinman van niemandsland zijn literaire debuut is. “Zo zie ik het zelf ook. Dit is het eerste boek van de vernieuwde Guus Bauer. Ik heb misschien niet altijd de literaire smaak gehad om dingen niet te publiceren, maar dat is vooral omdat ik gedreven ben. Dit is hoe ik voortaan literair ga schrijven.”
Bauer vertelt in de roman met een licht absurdistische inslag over een familie op een heuvel bij een klein dorpje. “Het wordt er eerder donker en het haar van de broers groeit sneller. Ironisch noem ik ze halve wilden.” Het dorpje staat volgens Bauer voor Tsjechië dat van alle kanten en door de eeuwen steeds weer werd bezet, door Tartaren, Zweden, Oostenrijkers, nazi’s en de Rus­sen. Ik heb geprobeerd de bitterzoete ironie te verwoorden die ik voelde in de 25 jaar dat ik in dat land kom. De Tsjechen hebben altijd zo’n in­stelling gehad van be­zet ons maar en wij buigen wel mee, en als het zover is zwiepen we twee keer zo hard terug. Himmler zei ook tijdens de bezetting door de nazi’s: ‘Je kunt beter de Po­len of Russen hebben, want die knakken op een bepaald moment.’”

Toch noemt
Bauer de indringers en bezetters net als het dorpje niet bij naam. “Ik vind het niet zo erg dat het voor de lezers niet duidelijk is over welke periode het gaat. De epiloog legt dat uit, maar het gaat ook over de hele achtbaan van de Tsjechische ge­schiedenis; 1918, 1938, 1948 en 1968; steeds een jaar met een acht. En tenslotte is er nog een zoektocht die autobio­grafisch is. Een vrouw gaat op zoek naar haar voorvaderen in het dorpje dat ze niet meer kan vinden. Het wordt duidelijk dat haar familie uit het dorpje Lidice komt, dat door de nazi’s in zijn geheel van de kaart is geveegd. Die vrouw is mijn ex-vrouw die echt niets anders had dan één brief van haar moeder. Met mijn fictief gezin met ze­ven broers heb ik haar een familie willen geven.”

Bauer putte
veel inspiratie uit de interviews die hij met andere schrijvers hield. “Waar ik trots op ben, is dat velen van hen beamen dat dit boek een geslaagde oefening in verbeelding is. Ik ben er achter gekomen dat associatief schrijven datgene is wat ik goed kan. Het belangrijkste aan dit boek is dat het een aparte toon heeft, die niet alles uitlegt maar ook veel aan de fantasie van de lezer overlaat.” En dan zonder dat het onbegrijpelijk wordt voor de lezer, hoopt Bauer. “Ik hoop dat het me is gelukt om die balans te vinden. Ik wil dat de lezer meegaat in het verhaal en dat hij moet nadenken over wat een passage betekent. Een tekst heeft namelijk ook een bepaalde adem en dat mystieke past wel bij het onderwerp. Het heten ook niet voor niets kafkaeske situaties, alhoewel die tegenwoordig meer in Nederland voorkomen dan in Tsjechië.”

Praagse Lente
Guus Bauer, die als 10-jarige de inval van de Russen in Praag meemaakte in 1968, is met De tuinman van nie­mands­land de eerste Nederlandse auteur in het literaire fonds Signature (met o­der meer Zafon en Lewinsky), een fonds van succesvolle verhalen­vertel­lers.

Luc Wierts is Metro’s expert op gebied van boeken. Iedere maandag vertelt hij je welk boek je niet mag missen. Boek bestellen?
Kijk op de Boekenclub op www.metronieuws.nl