Gracie Colin is druk. De 20-jarige Mexicaanse uit Las Vegas in de staat Nevada studeert en poetst als bijbaantje. Ze geeft ook inburgeringlessen aan andere latino’s die op het punt staan een Amerikaans paspoort te krijgen. De ironie: Gracie is zelf illegaal. Gracie stak op 8-jarige leeftijd met haar moeder de grens over. Las Vegas, een stad waar veel Latijns Amerikanen wonen, is haar thuis. En toch leeft ze in angst. Ze durft bijvoorbeeld geen auto te rijden omdat ze vreest dat de politie haar aanhoudt en ontmaskert. Het is een dagelijkse realiteit voor veel jonge latino’s. “We sturen elkaar sms’jes: ga niet naar die en die winkel; daar ligt de vreemdelingenpolitie op de loer.”
Amerika’s immigratiebeleid zit veel latino’s dwars. Met het oog op de strijd om het Witte Huis dit najaar, waarin de stem van Hispanics doorslaggevend is, deed President Barack Obama de groep onlangs een handreiking: ongeveer 800.000 illegalen zoals Gracie –jong, met high school-diploma en zonder strafblad– mogen voorlopig blijven en krijgen een werkvergunning. Obama geeft zijn Republikeinse tegenstander Mitt Romney, een hardliner als het aankomt op immigratie, daarmee het nakijken: volgens peilingen is Obama populairder onder de latino’s.
Maar het is ook ‘too little, too late’, zeggen de Spaanstalige Amerikanen. Obama heeft als president jaarlijks 400.000 illegalen, waarvan een meerderheid latino, het land uitgezet en is daarmee deportatiekampioen van alle presidenten sinds 1950. Dat terwijl hij een mildere aanpak beloofde in 2008, toen 67 procent van alle latino’s op hem stemden. “Het is onvergeeflijk”, zegt Abraham Torres. De 19-jarige tapijtreiniger woont in een woonwagenkamp in Las Vegas. Vorig jaar stormden de politie zijn stacaravan binnen en voerde zijn vader in handboeien af. “Hij had niet eens een shirt aan”, zegt hij.
Volgens Abraham, die met twee broers voor zijn moeder en zusje zorgt, zijn de beloofde hervormingen campagnepraat. Hij zegt niet te gaan stemmen. “Dankzij Obama is mijn vader terug bij af in Mexico”, zegt Abraham. Hij wijst naar het woonwagenkamp. “Het leven is hard hier. Dit is een slechte buurt vol latino’s. Wat doet Washington voor ons? Niets. Ik vertrouw politici niet.”


















