‘Hilversum Mediastad’, zo prijst het omroepdorp zichzelf aan op een bord aan het begin van uitgaansstraat de Groest. Toch gaat het hier deze zondag op de geboortegrond van de leefbaren niet over de camera’s van de televisie. Veiligheid is waar Hilversummers zich druk om maken. Na een reeks ernstige geweldsincidenten in het uitgaansleven hangen er beveiligingscamera’s op de Groest, zij het op proef. Zelfs de bejaarde parochianen van de Vituskerk hebben het er na afloop van de zondagse hoogmis over. “Hier is tien jaar over gepraat”, weet de 78-jarige Christine Adriaanssen, wier 16-jarige kleinzoon tijdens nachtelijk snackbarbezoek in elkaar werd geslagen. “En pas nadat er jongelui bewusteloos in het ziekenhuis belanden, wordt er wat gedaan. Ik vind dat geen teken van daadkracht.”
De werkloze jongerenwerker Martijn Weeda (34) is het daar roerend mee eens. Hij wandelt met z’n 2-jarige dochter over de Groest, waar ter ondersteuning van muziekfeest Hilversum Alive een braderie aan de gang is. “Nu loop ik hier veilig. Ben je hier ’s avonds aan het stappen, dan is het niet de vraag óf je geweld tegenkomt, maar hoe ernstig het is. Nu is er eindelijk besloten iets aan het geweld te doen, komen ze met zo’n slappe proef. Dan loop je achter de feiten aan.” Weeda kan het weten, al zegt hij het zelf. Als jongerenwerker hield hij jarenlang moeilijke jongens bezig. Maar waar hij naar eigen zeggen een harde aanpak voorstond, kreeg hij slechts armslag ‘voor pappen en nathouden’. Als late bekeerling zal hij deze keer PVV stemmen.
Het zal niet helpen, vreest Martine Verbeek (25), terwijl ze bij een café aan de Groest het terras uitzet. De student journalistiek woont aan de Groest en vindt dat de omvang van het uitgaansgeweld wordt overdreven. “Camera’s zijn in elk geval niet de oplossing. De rotzooi komt van één discotheek vandaan. Zet daar extra politie neer en klaar ben je.” Ook het aanpakken van het veelvuldige cocaïnegebruik in Hilversum zal volgens Verbeek meer effect hebben dan camera’s.
“Laten we vrolijk zijn en onze hoofden niet laten hangen”, vindt zelfstandig stukadoor Patrick Vijfschaft. Met zijn vrouw Annemieke en hun pasgeboren zoon Sem wandelt hij over de Groest ‘om te kijken of hij nog wat geld kan uitgeven.’ “Zo slecht gaat het dus niet met onze economie.” Veiligheid? “Het gaat hier prima.” Politiek? “Die doet goed z’n werk.” Hij kijkt in de wandelwagen. “Hier ligt een toekomstig parlementslid. Of tv-presentator.”













