De plegers van de miljoenenroof uit de Kunsthal in Rotterdam zijn het museum binnengekomen door de achterdeur met de zogeheten flippermethode te openen. Dat zeggen beveiligers van de Kunsthal. Het zou betekenen dat de deur van de Kunsthal in de nacht van maandag op dinsdag niet op het nachtslot heeft gestaan. Bij de flippermethode wordt een hard, buigzaam stuk plastic tussen deurpost en deur gestoken om de slotschoot weg te duwen. De deur gaat dan eenvoudig open.

De ‘flippertheorie’ verklaart waarom aan of rond de Kunsthal geen braaksporen zijn aangetroffen. Dat de deur niet op het nachtslot stond, maakt hulp van binnenuit waarschijnlijk.

In de nacht van maandag op dinsdag vond in de Kunsthal  een van de grootste kunstroven uit de Nederlandse geschiedenis plaats. Om kwart over drie kwamen de dieven binnen via de deur aan de achterkant. Ze konden zo doorlopen; een nachtwaker was er niet en rond de duurste werken was geen extra compartiment gebouwd. Een paar minuten later stonden de kunstrovers buiten hun buit in hun busje   te laden: zeven zeer waardevolle schilderijen van Picasso, Matisse, Monet, Gauguin, Meyer de Haan en Lucien Freud. De politie wil vooralsnog niet ingaan op de ‘flippertheorie’. De Kunsthal was donderdagavond onbereikbaar voor commentaar.