De kredietwaardigheid van Hongarije is zo laag, dat het een ‘junkstatus’ van kredietbeoordelaar Standard & Poor’s heeft ge­kregen. Nederland heeft nog een ‘Triple A rating’. Voor de leek is het onduidelijk wat dat allemaal betekent. Sylvester Eijffinger is hoogleraar Financiële Economie aan de Universiteit van Tilburg en lid van het Monetaire Experts Panel van het Europese Parle­ment. In die functie geeft hij advies over kredietbeoorde­laars. Eijffinger legt uit.

Wie zijn die kredietbeoordelaars?
Er zijn in de wereld drie grote kredietbeoordelaars: Fitch Ratings, Standard & Poor’s en Moody’s. Het zijn commerciële bedrijven waar professionele economen en analisten werken.

Wat doen ze precies?
Rating agencies beoordelen in hoeverre landen en banken hun schulden en leningen kunnen terug betalen. De hoogste beoordeling die landen en banken kunnen krijgen is een Triple A rating. Dit betekent dat de beoordelaars denken dat deze instellingen veilig zijn om je geld aan uit te lenen. Hoe die berekeningen precies tot stand komen is niet helemaal duidelijk en transparant.

Waarom zijn die ratings zo belangrijk?
Landen en banken met een hoge status kunnen tegen een lage rente geld lenen, omdat het risico dat ze niet kunnen terug betalen laag is. De kredietbeoor­de­laars bepalen dus hoe makkelijk banken en landen geld kunnen lenen.
Voor het Europese noodfonds, dat landen als Portugal en Griekenland steunt met leningen, zijn de ratings enorm belangrijk. Zes landen uit het noodfonds hebben een triple A rating. Als teveel landen deze status kwijtraken, wordt ook de rente waarop arme landen geld kunnen lenen hoger.

Hoeveel macht hebben ze?
Er zijn maar drie grote kredietbeoordelaars op de wereld. Op dit moment zijn zij met zijn drieën verantwoordelijk voor een belangrijke taak. Hun ratings geven aan hoe makkelijk landen en banken aan geld kunnen komen. Concurrentie van bijvoorbeeld een Europese kredietbeoordelaar zou leiden tot scherpere beoordelingen.