Een extreem lang rouwproces, dat is wat veel nabestaanden staat te wachten na de vliegtuigramp van afgelopen donderdag. Alle factoren om een rouwproces te verzwaren en vertragen, zijn aanwezig, zo stellen Rolf Kleber, hoogleraar Psychotrauma aan de Universiteit Utrecht en rouwdeskundige Daan Westerink.

Beiden noemen het feit dat de lichamen van slachtoffers nog niet terug zijn bij de nabestaanden één van de grootste belemmeringen voor het starten van het rouwproces. "Al zie je als nabestaande maar een deel van een hand waaraan een geliefde te herkennen is, het besef komt dan pas echt dat deze persoon overleden is. Dan kan er afscheid worden genomen", zegt Westerink. "Nu zijn er zoveel vragen en die belemmeren de verwerking."

Kleber, die onderzoek deed naar de psychologische verwerkingsprocessen na schokkende ervaringen, voegt hieraan toe: "Het is problematisch en pijnlijk voor nabestaanden om voordurend beelden op tv of in kranten te zien van koelwagons waarin mogelijk hun geliefden liggen. Ook de gedachte dat zij nog ergens in een veld liggen, is voor velen ondraaglijk." Andere factoren die het rouwproces zwaarder maken, zijn volgens de deskundigen dat deze mensen onverwacht uit het leven zijn gerukt en dat dit moedwillig door een ander is gedaan. "Leed van de een kun je niet vergelijken met leed van een ander, maar factoren als woede en ongeloof kunnen ervoor zorgen dat het accepteren van het verlies moeilijker wordt", zegt Kleber. "Een deel van deze nabestaanden zal last krijgen van traumatische rouw, met zware psychologische problemen tot gevolg."

Kleber schat dat deel op zo'n 10 procent. Steun van de omgeving zou dit cijfer omlaag kunnen krijgen, zo stelt Kleber. "Medeleven van landgenoten en de overheid kan nabestaanden helpen", zegt Kleber. "Het geeft hen een gevoel dat ze er niet alleen voor staan." Een dag van nationale rouw of een nationale herdenking waar gisteren in de Tweede Kamer over gesproken werd, zou hieraan bij kunnen dragen, zo denkt ook Westerink. "Maar dit verschilt per persoon", voegt zij hier nadrukkelijk aan toe. "Behoeften lopen uiteen. Je ziet dat nu al met stille tochten die worden georganiseerd. De een heeft hier behoefte aan, een ander niet."

Beide deskundigen benadrukken daarnaast dat er onmogelijk een tijdslimiet aan een rouwproces gekoppeld kan worden. "Sommigen lopen vast in het rouwen, anderen niet. Dat is van veel factoren afhankelijk", zegt Westerink. "Ook de manier van verwerken is voor iedereen anders. Je kunt als buitenstaander niet zeggen: die doet het goed, die niet. Er zijn helaas veel misverstanden over rouwen. Mensen in de omgeving van een nabestaande vragen vaak na een paar maanden al niet meer hoe het met diegene gaat. Hij of zij werkt weer, lacht zelfs, maar dat betekent niet dat deze persoon geen verdriet meer heeft. Mensen in de omgeving van nabestaanden wil ik daarom oproepen ook over een half jaar nog met hen mee te leven en hen te vragen waar zij behoefte aan hebben."