ABP verhoogt de pensioenpremie volgend jaar van 24,1 procent naar 25,4 procent. Achtergrond is behalve de gestegen levensverwachting en het ouder wordende deelnemersbestand het achterblijvende herstel van de dekkingsgraad. Die lag in november nog steeds op 97 procent, maakte het grootste pensioenfonds van Nederland vrijdag bekend.

Van de premiestijging van 1,3 procentpunt moet ongeveer 0,6 procentpunt de gestegen levensverwachting opvangen. De premie stijgt met circa 0,3 procentpunt doordat deelnemers gemiddeld steeds ouder zijn, waardoor hun pensioengeld minder tijd heeft om te renderen.

Naar het herstel van de dekkingsgraad, die onder het minimum van 105 procent ligt, gaat ook ongeveer 0,3 procentpunt van de stijging. Het ambtenarenpensioenfonds voerde eerder al extra toeslagen in omdat er niet genoeg geld in kas was. Deze tijdelijke opslagen van in totaal 3,2 procentpunt, verwerkt in de premie van 25,4 procent, blijven voorlopig bestaan.

De verlaging van de pensioenen met 0,5 procent, die al eerder werd aangekondigd, noemt het ABP 'zeer waarschijnlijk'. Pas op 1 februari wordt die knoop definitief doorgehakt. Dat gebeurt op basis van de dekkingsgraad op 31 december. De eventuele verlaging gaat dan in april in.

Bij het ABP zijn 2,8 miljoen mensen aangesloten. Werknemers betalen dertig procent van de pensioenpremie, de rest wordt door de werkgevers betaald.