De olieanalisten van ABN AMRO verwachten dat de olieprijs na de scherpe daling van het afgelopen kwartaal deze zomer stabiliseert. Dat schrijven ze in een donderdag gepubliceerd rapport.

Saoedi-Arabië zal geen veel lagere prijs accepteren, omdat het land zijn overheidsuitgaven dan niet meer zou kunnen financieren. Daarom zou het land het initiatief kunnen nemen de olieproductie te verminderen. "De enige reden waarom de productie wellicht niet wordt aangepast is dat Saudi-Arabië extra druk wil leggen op de Iraanse financiën door de prijzen bewust laag te houden", schrijven de analisten. Op die manier zou Iran gedwongen kunnen worden te stoppen met zijn nucleaire programma.

De prijs van een vat Noordzee-olie is in het tweede kwartaal van dit jaar gedaald van meer dan 120 dollar eind maart naar ongeveer 93 dollar nu. Dat is de sterkste daling sinds de bankencrisis van 2008. De belangrijkste oorzaken zijn volgens de analisten de escalerende eurocrisis, waardoor de vraag naar olie in Europa daalt, en de afgenomen spanningen rond het Iraanse atoomprogramma.

ABN AMRO denkt niet dat de Europese oliesancties tegen Iran, die op 1 juli ingaan, de olieprijs omhoog zullen stuwen. De olieboycot is al in de prijs verwerkt, en bovendien weet een groot deel van de Iraanse olie alsnog de markt te bereiken. Vooral China, India en Japan zijn sterk afhankelijk van Iraanse olie. Die landen proberen de oliehandel dan ook gaande te houden, onder meer door de olie te betalen met andere goederen in plaats van met geld.

De ABN-analisten merken ten slotte op dat de olieprijs de afgelopen drie jaar in juli altijd is gestegen. Dat komt onder meer door de in die maand sterk toenemende vraag uit het Midden-Oosten. Daar wordt vanwege de verzengende zomerhitte dan extra veel olie verbruikt om de vele airconditioninginstallaties aan te drijven. Alleen al daarom zit er geen verdere prijsdaling in het vat, verwacht ABN AMRO.