Aart Staartjes in De Hoed

30 juni 2011 om 10:44 door Milou van der Will & Merike Woning

Wat wilt u in De Hoed gooien?
Ik maak me kwaad om het gekanker hier in Nederland over de crisis in Griekenland. Ik hoor teksten als ‘laat ze maar verrekken’ en ‘het zijn allemaal dieven’. Alsof hier geen belastingontduikers zijn.

Dat noemt u vast omdat u een huis op Patmos heeft waar u vijf maanden per jaar woont.
Nee, het gaat om het geheel. We hebben een keuze gemaakt voor een Europese Unie en dan moet je het zure en zoet nemen. Er is een aantal landen dat niet mee kan komen. Ik vind dat die geholpen moeten worden, totdat ze op eigen benen kunnen staan.

Wij hadden verwacht dat u het uitzendtijdstip van Sesamstraat in de Hoed zou noemen. U was namelijk zeer verbolgen over het feit dat het programma om vijf uur werd geprogrammeerd. U riep: als het tijdstip niet verandert naar half zeven, ben ik weg. Het wordt inmiddels om 17.30 uur uitgezonden en u zit er nog steeds.
Ik heb spijt van die uitspraak. Ik wilde het destijds heel hoog spelen. Ik vond ook dat ik principieel gezien op moest stappen. Toen het besef kwam dat het tijdstip niet ging veranderen, dacht ik: dan maar laf.

Eigenlijk kunt u niet zonder Sesamstraat.
Nee, ik zou het enorm missen. Ik vind het een leuk programma. Ik zit er ook wel eens naar te kijken in Griekenland en dan lach ik heel erg om mijn eigen grappen. Wat dat betreft ben ik een heel dom kind.

Hoe zien uw dagen in Griekenland er eigenlijk uit?
Ik vaar veel. Mijn vrouw en ik hebben een vissersbootje, waarmee we naar strandjes varen die je alleen per schip kan bereiken. En ik heb een bescheiden zeil-boot. Daar zeil ik alleen mee, want mijn vrouw durft niet mee. Ze is bang dat ie omvalt.

Waarom bent u zo graag in Griekenland?
Iedereen verlangt terug naar het land van z’n jeugd. Patmos lijkt op het Amsterdam Noord van 1950. Ongeorganiseerd. Als ik een potje verf moet hebben, ga ik naar een winkel die erg lijkt op die van Jan Otto. Zo eentje waar de schroeven nog per stuk worden verkocht. En als we met de kleinkinderen uit eten gaan, zitten we gewoon op het strand. Er is geen badmeester en af en toe valt een kind in het water.

Wat voor een opa bent u eigenlijk?
De kleinkinderen komen wel eens logeren en dat is hartstikke gezellig. Maar ik ga ze niet entertainen, dat vind ik niks. Oude mensen die op de grond gaan liggen bij een blokkendoos… Over-spannen gedoe. Als ze op schoot kruipen en voorgelezen willen worden, oké. En een wandelin-­g­etje maken doe ik ook. Allemaal mooi. Maar geen tikkertje. Ooo vreselijk, volwassen vrouwen die gaan stoepkrijten.

U bent 73. Als u terugkijkt op uw leven, waar bent u dan trots op?
Ik heb een mooie biotoop van schrijvers, regisseurs, componisten en acteurs opgebouwd. Dat zie je terug in Sesamstraat. Dat gaat goed. Maar verder trots? Dat gevoel is zo vluchtig hè? Ik heb goed verdiend en ben er zuinig op geweest. Dat scheelt een hoop.

Denkt u ooit aan stoppen?
Alleen als ik geen uitdaging meer heb en de teksten niet meer kan onthouden. Dat laatste wordt al wat lastiger, ik moet er langer aan werken. Bij Sesamstraat begin ik een week van tevoren. Elke dag twintig minuten repeteren en dan blijven herhalen.

U heeft door de jaren heen veel met Joost Prinsen, Wieteke van Dort en Edwin Rutten samengewerkt. Komen jullie nog wel eens bij elkaar om herinneringen op te halen?
Zelden. Wieteke wil dat wel, maar ik vind dat altijd zo’n be-zoeking. Dan moeten we ergens Indisch eten. Maar als we elkaar zien dan hebben we het er wel over. Joost heeft een heel raar geheugen, die kent nog hele liederen uit z’n hoofd.

Heeft u ook ergens spijt van?
Jazeker. Van mijn eerste huwe­lijk. Dat was een totaal neurotische keuze. Ik was getrouwd met een vrouw die op mijn moeder leek. En dat kan heel akelig uitpakken. Dat ik dat heb volgehouden. Zelfs toen ik dacht: ‘Dit wordt helemaal niks.’ Maar ja, dat weet je van tevoren niet. En ja god, ook die liefdes tussendoor, waarvan je achteraf denkt: dat had ik misschien niet moeten doen. Na die eerste nacht, had ik er van af moeten zien. Ja, nou ja, de verleiding was te groot.

Met wie zou u nog wel willen werken?
Fedja van Huêt. Hem bewonder ik.

Toch zie je hem niet veel in films of series.
Fedja meer dan ik. Ik word heel weinig gevraagd. Ja, dat vind ik wel jammer. Ik ben ook ijdel. Maar als ik het resultaat op tv zie, ben ik vaak blij dat ik niet gevraagd ben. Zo slecht.

Waarom wordt u niet gevraagd?
Omdat ik in Sesamstraat zit. Ik ben een te bekend kinderacteur. En de andere reden dat ik buiten de boot val, is dat ik nooit maar premières en feestjes ga. Ver­schrik­kelijk vind ik die. Het is net een verjaardagspartij, waarop je aardig moet doen en zeggen: in­teressant stuk hoor. Ik ga meestal in de pauze weg. Een enkele keer vind ik het prachtig. Dan zeg ik het ook.

Over verjaardagen gesproken: viert u uw eigen verjaardag?
Eens in de tien jaar. En de laatste keer heb ik gehad. Toen werd ik 70.

Hoe bedoelt u?
Ik heb gezegd: hou er maar rekening mee dat dit de laatste is. Statistisch gezien haal ik die 80 niet. Ik ga nergens meer vanuit. Ze gaan als witvissen om me heen. Nou ja, dat is ook niet erg. Het is gewoon zo. Laat ik het zo zeggen: ik ben niet bang voor de dood.
 

Wil je op de hoogte blijven van de belangrijkste en leukste nieuwtjes?
Like ons dan even op Facebook. Dat is zo gepiept!

Reacties