Wanneer Hans Overdiep over energie begint te praten, blikt hij altijd eerst terug naar het verleden. Wellicht omdat de leek anders direct al afhaakt bij het horen van termen als ‘HRe-ketel’ of ‘brandstofcel’ – vondsten die het decentraal (dus op verschillende plekken) opwekken van energie mogelijk maken. En Overdiep spreekt graag duidelijke taal. Vandaar dat hij in dit geval de vergelijking maakt met de molens van weleer.“Decentrale opwekking van energie is namelijk niets nieuws”, zegt hij. “Windmolens
werken volgens hetzelfde principe. Stuk voor stuk wekken ze hun eigen energie op. Probleem is alleen dat ze worden aangedreven door windkracht. Je kunt dus alleen productie draaien wanneer het waait. Molenaars en houtzagers werkten daarom soms nachtenlang door om maar een zo groot mogelijke voorraad aan te leggen. De week erop kon het zomaar windstil zijn en in die tijd was er nog geen manier om energie op te slaan.”

Thuis energie opwekken
Anno 2012 kent de energiesector hetzelfde probleem. “Aanvankelijk hadden steden
allemaal hun eigen elektriciteitcentrale. Eerst midden in het centrum; later aan de rand van de stad. Tegenwoordig zijn ze vrijwel allemaal verdwenen naar de kust. Deze (centrale) manier van energievoorziening heeft alleen één nadeel. Om de opgewekte stroom bij de mensen te krijgen, moet je het gaan transporteren via hoogspanningskabels, wat leidt tot energieverlies. Wanneer je thuis stroom gaat opwekken, bijvoorbeeld via een windturbine of zonne­panelen op het dak, is dat verlies minimaal. Maar dan steekt een ander probleem de kop op, hetzelfde probleem dat vroeger de molenaar en houtzager plaagde: hoe zorg je voor een continue levering van duurzame elektriciteit? Wat doe je wanneer de zon niet schijnt of het windsstil is?” Huishoudens die hun stroom enkel uit zonne- of windkrachtenergie halen, vallen op zo’n moment stil. De cv slaat af en elektrische apparaten doen niets meer. Daarom blijven woningen met duurzame opwek van energie voorlopig aangesloten op het elektriciteitsnet. Of, zoals Overdiep het zegt: “Zo lang duurzame bronnen niet volledig in onze energievraag kunnen voorzien, en er geen efficiënte en betaalbare opslagsystemen zijn, blijven we afhankelijk van fossiele brandstoffen. Aardgas, verreweg de schoonste fossiele brandstof, kan tot die tijd goed als ‘partner’ worden ingezet naast duurzame alternatieven. De komende decennia een verstandig ‘koppel’ voor een betrouwbare en betaalbare en steeds duurzaam wordende energievoorziening.”

Vraag en aanbod van energie
Opslag van energie, in welke vorm (warmte, koude, elektriciteit of gassen) dan ook, wordt cruciaal voor onze toekomstige energievoorziening. Opslagsystemen zijn niet nieuw. Zo kan zonne-energie
worden opgeslagen in oplaadbare batterijen, maar ook in boilers. Overdiep: “De grote truc is om vraag en aanbod van energie beter op elkaar af te stemmen. Zo voorkom je dat het elektriciteitsnet tijdens bewolkte dagen, wanneer minder zonne-energie wordt gegenereerd, te zwaar belast wordt. Maar juist ook als er veel elektriciteit wordt opgewekt op zonnige dagen.”

“Momenteel worden daarvoor allerlei slimmigheidjes ontwikkeld”, gaat hij verder. “Denk daarbij aan sensoren in huishoudelijke apparaten die via wifi of bluetooth ‘communiceren’ met satellieten en de meterkast. Een diepvries die het expres twee graden kouder maakt om een buffer te creëren voor een aankomende donderbui. Of een vaatwasser die pas aanslaat wanneer je elektrische auto is opgeladen.” Ja, u leest het goed. Elektrische auto. Want volgens Overdiep neemt het aanbod in deze wagens de komende jaren een enorme vlucht. “Rijden op aardgas is al schoon en milieuvriendelijk. Maar het rendement is met twintig procent niet zo hoog. Stop je dezelfde hoeveelheid aardgas via brandstofcellen in een elektrische auto, dan is het rendement bijna honderd procent. Het zal even investeren zijn om voldoende oplaadpunten te creëren. Maar het kan gemakkelijk. De infrastructuur is er al. Overal staan lantaarnpalen en Nederland ligt vol elektriciteitskabels. Stop een schop in de grond en je hebt er één te pakken.”

‘Slimme’ sensoren
Al met al zal de overgang naar decentrale energieopwekking ons leven flink veranderen. “Straks kun je met een iPad elk apparaat in huis bedienen, en precies zien hoeveel energie elk apparaat gebruikt. Uiteindelijk zullen mensen daardoor bewuster met energie omgaan. Zelfs de mensen die minder
geïnteresseerd zijn in hun energiegebruik, zijn dan goedkoper uit door de toepassing van ‘slimme’ sensoren. Ga je de deur uit, dan dooft zo’n sensor vanzelf de lichten en zet de verwarming een paar graden lager. En via een chip in je elektrische auto kun je precies het tijdstip instellen waarop je wilt vertrekken en de afstand die je moet afleggen, zodat de accu altijd voldoende stroom heeft. Al deze nieuwe technologieën hebben één ding gemeen: ze gaan je helpen om verstandiger met energie om te gaan.”