Het tweede deel van het drieluik van mangatekenaar Li Kunwu over China, laat het leven in Volksrepubliek zien na de dood van de grote roerganger Mao. Hierin wordt het strenge regime versoepeld en het leven minder aan banden gelegd dan tijdens de Culturele Revolutie. Zo komt de vader van hoofdpersoon Xiao Li niet alleen vrij uit het heropvoedingskamp waar hij naar toe was gestuurd, zijn positie wordt zelfs in ere hersteld. Burgers krijgen wat geld te besteden, en zien ook de eerste Westerse toeristen voor hun neus opduiken.

Hoewel het niet zo staat aangegeven, is wel duidelijk dat Li Kunwu eigenlijk zijn eigen levensverhaal verteld met het drieluik China. Het geeft een intrigerend inzicht in de voor Westerlingen toch moeilijk te doorgronden Chinese samenleving en mentaliteit. Kunwu hanteert een eigen zwart-witte tekenstijl. Waar deze in het eerste deel nogal eens wisselde, is deze nu aanzienlijk constanter. Dat leest absoluut stukken prettiger.