Vijftien miljoen verkochte exemplaren wereldwijd. Vertaalrechten die door 33 landen gekocht zijn. En nog in juni verschijnen het tweede en derde deel in Nederlandse vertaling, dus het einde is nog lang niet in zicht. Wat is dat toch met Vijftig Tinten Grijs, het eerste deel uit de erotische trilogie van E.L. James?

Seks, luidt het antwoord. Hoewel de eerste erotische scène zo’n honderdtwintig pagina’s op zich laat wachten (waarin hoofdpersoon Anastasia Steele natuurlijk ontmaagd wordt), is de seks daarna niet van de lucht. Er volgen welgeteld zestien neukpartijen, uitgezonderd voorspel, orale seks en fantasieën. Geen wonder dat het boek ruim vijfhonderd pagina’s telt.

Hoogwaardige literatuur is Vijftig Tinten Grijs allerminst te noemen, maar dat schijnt de lezer - gezien de verkoopcijfers - niet te deren. James, moeder van twee kinderen en tot voor kort televisieproducente, schuwt clichés niet. Onschuldige, onervaren vrouw valt op foute, knappe, ervaren man. Jonge vrouw weet zich geen raad met haar jaloezie, ze wil meer dan alleen seks. Knappe man raakt geïrriteerd, maar bezwijkt toch. Aan een klassiek liefdesverhaal wordt niets toegevoegd - behalve dat de seksuele voorkeuren van de knappe man in kwestie iets kinkyer zijn dan in de gemiddelde doktersroman - en de soapachtige zinnen zijn tenenkrommend (“Zijn zoete stem verspreidt zich als warme gesmolten karamel door mijn aderen”).

En toch lees je Vijftig Tinten Grijs in één ruk uit. Bij de zoveelste gruwelijke zin zucht je een keer, bij het zoveelste cliché rol je met je ogen en de zoveelste seksscène lees je sardonisch. Maar stiekem wil je heel graag weten waar het heen gaat met die naïeve Ana en knappe Christian. Vijftig Tinten Grijs laat de lezer zich net zo voelen als de hoofdpersoon: wat ze doet is onwijs fout, maar daarom juist zo lekker.