Haar band is niet meer, maar het eerste soloalbum van Jacqueline Govaert is volgens haar meer een bandjesplaat dan ze ooit met Krezip maakte. En dat is niet het enige dat veranderd is. Ineens draait alles namelijk echt alleen nog maar om haar. “Dat alles ineens voor jou alleen is, dat vind ik nog steeds een beetje gek hoor. Ik ben eigenlijk heel bescheiden van aard, en dan is het nu ineens ‘Jacqueline, Jacqueline’.”

Jacqueline, onder die naam bracht ze afgelopen weekend Good Life uit, een album waarvoor ze vooraf besloot iets anders te gaan doen dan ze met Krezip deed. “Want anders had ik al een hele goeie band en daarmee een hele fijne omgeving om dit in te doen. Dus ik wilde wel iets heel anders gaan doen, want dat is natuurlijk de vrijheid die ik nu heb. Al ging ik met twee violisten en een dwarsfluitist aan de slag, dat mocht. Want er zat niemand te wachten thuis tot ik weer belde”, vertelt ze zittend in een café in haar woonplaats Haarlem. “Maar uiteindelijk is het toch ge­woon een drummer en een toetsenist en een gitarist en een bassist geworden.” Maar die kwamen later pas om de hoek kijken, wat inhield dat bij het schrijven van de muziek iets meer vrijheid was. “Het was nu de eerste keer dat ik helemaal geen rekening hoefde te houden met de band bij wat ik maakte, simpelweg de partijen dus, en wat iedereen wel of niet goed kan. Er moesten natuurlijk altijd twee gitaristen, een bassist, toetsenist en een drummer allemaal iets te doen hebben op het podium.”

De uitkomst van dat schrijfproces moest een ouderwetse popplaat worden, waarbij Jacqueline de lat bij liedjes van de Beatles en de Stones legde. “Organischer”, noemt Jacqueline wat Good Life is geworden ten opzichte van de Kre­zip-albums. “We hebben alles echt live ingespeeld. Eigenlijk is het een onwijze bandjesplaat. Grappig hè. Maar ja, dat zit wel in mijn systeem na­tuurlijk. Maar ik vind het ook heel moeilijk om het te omschrijven. Het is wel al­lemaal met een retrolaagje, maar er zitten al­lerlei smaak­jes doorheen. Toch luistert het wel echt als een plaat, als een geheel. Misschien nog wel meer dan een Krezip-plaat. Daar was het dynamischer, ging het van heel rustig naar heel hard vaak, en dit is meer een rondje ofzo. Zo’n plaat had ik met Krezip denk ik niet snel gemaakt. Ze hadden het wel kunnen spelen, maar het zou niet in de lijn der verwachting van Kre­zip hebben ge­legen denk ik.”