Stap een willekeurige kerk in Nederland binnen en je vindt er leegte. Of een heel klein beetje drukte. Stap de kerk van het Zwarte Crossfestival binnen, een jaarlijks terugkerend fenomeen voor brakke koppen en kopinnen en je vindt twee- tot drieduizend broeders en zusters. En acteur Michiel Romeyn in zijn creatie Oboema als voorganger.

Stipt om 10.15 uur beginnen de klokken in de Megatent, eh kerk, te luiden. De paar duizend gelovigen staan klaar, velen met een eerste goudgele rakker in de hand. Geen koor in dit Huis van God, maar de band Boh Foi Toch. Geen engelenkeeltjes, maar gierende gitaren. De voorganger betreedt de kerk per motor. Hij, Oboema, zingt over een grote man die licht geeft. En een kleine man die op reis gaat naar het Paradijs.

De preek geeft de festivalganger nog wat mee om over na te denken. “Jezus is in ons. Want zo zijn wij opgegroeid. Als wij niet zo veel drinken, dan komen we in het Paradijs. Applaus!” Oboema prevelt nog wat over het met blad bedekte geslachtsdeel van Adam en de voorbips van Eva. Om vervolgens een kneiterharde versie van AC/DC’s ‘Whole Lotta Rosie’ in te zetten. Het bier van de gelovigen vliegt richting het zojuist beloofde Paradijs.

Dit is kerk anno 2012. Dit is hoe met name de katholieke kerk gered moet worden. Met rock-‘n-roll! Oboema vouwt de handen en dankt zijn gelovige aanhang. Ze mogen weer een dagje zondigen op de Zwarte Cross.