Op een persdag maakte Tom Jansen het in september via een live-verbinding bekend: hij had hartproblemen gehad, een nodige bypassoperatie en kon geen Ramses Shaffy spelen. Geheel tegen Shaffy’s levenswijze in: gezondheid ging voor alles. Collega Hans Hoes werd opgetrommeld om de oude Ramses te spelen tegenover William Spaaij, die als de jonge Amsterdamse zanger schittert. Hoes bleek in de Albert Verlindeproductie een voltreffer. Vijf sterrenrecensies in alle kranten en Metro riep de voorstelling Ramses in december uit tot het beste wat je in 2011 gezien kon hebben. De kop: ‘Veel beter wordt het niet’.

Duidelijk was ook dat Hoes de hele tournee niet zou kunnen meemaken. Tom Jansen kreeg toch de hoofdrol die hij zo graag wilde spelen: Ramses met Korsakoff in het verzorgingshuis, die zijn leven nog eens – al dan niet in verwarring – aan zich voorbij ziet trekken. Een lange staat van (film)dienst heeft deze Jansen al. Maar deze rol mag hij met vetgedrukte letters in zijn cv bijschrijven. Hij is een ware Ramses. Zijn ‘doorspelen’, zoals dat in vaktermen heet, is meesterlijk. Terwijl zijn collega’s Spaaij, Cindy Bell (Liesbeth List) en Thomas Cammaert (Ramses’ liefde Joop Admiraal) scenes voor hun rekening nemen, zit Jansen aan de rand van het podium prachtig dronken te wezen aan een tafeltje. Hij is Ramses.

Hij kan tevreden zijn dat de tournee is verlengd tot eind april. Jansen mag nog even schitteren. Echter, niet onvermeld mag blijven dat William Spaaij sinds december alleen maar in zijn rol als jonge Ramses is gegroeid. Jammer dat de tweevoudig Kraaijkamp Awardwinnaar voor beste mannelijke hoofdrol zijn derde beeldje niet kan ophalen. De musicalawards worden dit jaar niet uitgereikt. Maar die derde had Spaaij zo in zijn tas kunnen stoppen.