Wie verwacht dat het minder los gaat op Lowlands door de warmte in Nederland (huh? Kan dat dan?), heeft het helemaal mis. Te beginnen met het concert van rapper Dio. Wat een feest. Hoewel veel Lowlanders een vies gezicht trekken bij het horen van zijn naam, “dat is toch die loser uit Wie is de Mol”, geeft de Nederlands-Surinaamse rapper een fantastische show weg in de Bravo-tent. Wie misselijk wordt van hitjes is ten eerste hypocriet, maar vooral ook kortzichtig, want hoewel Dio misschien niet helemaal thuis past in het rijtje ‘kwaliteitsmuziek’, heeft hij onlangs wel degelijk een sterk album afgeleverd met de toepasselijke titel Bejamin Braafs Festival. Hier in de polder staat hij dan ook met een voltallige jazzband op het podium. En dat geeft sfeer. Dio is in vorm, zijn band is strak en het publiek vindt het allemaal prachtig. Lowlands is net een paar uur bezig, dus een toegankelijk optreden is niet misplaatst. Wanneer zijn maatje Sef (Flinke Namen) langskomt, en even later ook The Opposites (een dikke +1 voor het oliesjeik uiterlijk van Big2) op het podium verschijnen, is het hek van de dam. De ene na de andere klapper wordt ingezet en een afgeladen Bravo vindt het prachtig. Een sitdown, schouder aan schouder door de tent heen walsen, geluidswaves maken; het kan niet gek genoeg. Nadat de gitarist, voorzien van enorme Russische muts (wie legt het hem uit?), de intro van ‘Song 2’ van Blur inzet, gevolgd door Tijdmachine, is het stom om verder te zoeken naar een ander feestje. Waar is dat feestje....?
Aan het einde van de middag -vier cola, drie water en vier icetea later- is het tijd voor de Londense electro-pop band Hot Chip. Gevoelige teksten over liefde bovenop een dansbare electro, gebracht door een voltallige band. Over innovatie gesproken. Dance (‘dansmuziek’ volgens de omroepers van de NOS in 1980) met een soul. Het kan dus toch. Een groot deel van de credit gaat dan ook zanger Alexis Taylor. Een bijzondere verschijning. Niet doordat er enorm van hem in fysieke toestand aanwezig is, eerder het tegendeel. Hij is klein van formaat, een nerd-achtig uiterlijk plus een zachte stem die bijna breekbaar aanvoelt. Dat de band ondertussen enthousiast heen en weer bungelt en de heupen alvast oliet voor de avond, is een bijzonder contrast met Taylor en diens dromerige teksten. Minstens zo dansbaar als een electro-set van een dj, maar verpakt in liedjes. Dat de band verder weinig boeiends te vertellen heeft aan het publiek (imago?), maakt eigenlijk niet zoveel uit. Het is nog altijd een stuk spannender om naar te kijken dan een dj die stijfjes achter zijn laptop staat. Hoe dan ook: het volk danst en dat is het belangrijkste.
“Is het al donker? Jaaaa, het is donker. Eindelijk!” De host van de Bravo is klaarblijkelijk een clubber die geen zin meer heeft in zon en gitaar, maar in diepe bassen en beats. Laat hij dan een goede hebben aan Nicolas Jaar. De Amerikaanse deephouse producer is volgens het programmaboekje met volledige band gekomen en doet Nederland maar één keer aan deze zomer. De band bestaat echter uit niet meer dan een gitarist, saxofonist en Jaar himself. Maar goed, ze maken samen muziek dus is het een band. Hoewel de Amerikaan ‘subtiel’ tussen zijn voor- en achternaam heeft staan en tot de keizers der diepe bassen en uitgebalanceerde kicks hoort, komt het optreden maar traag opgang. Zo is het eerste kwartier vooral een soundscape met hier een daar een bas. Het klinkt spannend en gehuld in rook en paarslicht, ziet het er ook spannend uit, maar het duurt allemaal net te lang. Pas na twintig minuten worden we getrakteerd op een stukje sax met rollende bassen. Thuis klinkt het heerlijk, maar als opwarmer van de avond wil het net niet. Jammer, want er staan genoeg knappe meisjes klaar om de lokroepen van de jongens in de dansvorm te beantwoorden.
Gelukkig, of misschien juist zo bedoeld, gaan de boys van Innervisions verder waar Nicolas Jaar achterbleef. Henrik Schwarz (van de fantastische plaat ‘Live’), Dixon en Âme verzorgen de komende vijf uur dat de Bravo danst op soulful house en techno, zoals alleen zij dat kunnen.
Rond een uur of drie houdt ondergetekende het voorgezien. Totdat daar de walm van loempia’s voorbij komt waaien. Heerlijk, al heb ik het met een blaar op mijn onderlip moeten bekopen. Dat er ondertussen een tiental mensen losgaat in het Vietnamese restaurant, heelt alle pijn. Fantastisch. Tot morgen!


















