Het Lowlandspubliek is uitstekend op de hoogte van de weersverwachting, zo blijkt bij bestudering van de rij voor de entree van het festivalterrein. Het is overal teenslippers, bikini’s en minuscule broekjes wat de klok slaat. Slechts een klein deel daarvan sluit rechtsaf, waar Cloud Nothings mag openen in de India. De broekies uit Cleveland, Ohio lijken weinig op te hebben met zon en licht. Hun uitgesponnen grunge vol soundscapes en doemteksten vormt een schril contrast met het uitgelaten en zongebruinde publiek op het festivalterrein. De band rond Dylan Baldi, wiens stem, niet ten onrechte, vaak wordt vergeleken met die van Kurt Cobain, gooit een bak weltschmerz over het toegestroomde volk in de India heen waar de Lowlandsgangers nauwelijks brood van lusten. Zelfs niet wanneer dat geroosterd is. Op een schraalkoude decemberavond werkt dit waarschijnlijk beter.
Snaargeval
De muziek van S öndörgö, opener op het altijd charmante Lima-podium, sluit heel wat beter aan bij de omstandigheden. De vijf Hongaren met Servische en Kroatische roots maken traditionele Midden-Europese muziek met een hoofdrol voor exotische instrumenten waaronder de tamboera, een mandoline-achtig snaargeval. Het publiek lust wel pap van de opzwepende volksmuziek en doet enthousiast aan kringdans en polonaise. Resultaat: goede sfeer en roodaangelopen koppen.
Herrie
De grootste bak herrie op Lowlands 2012 wordt ongetwijfeld verzorgd door het Zweedse Refused. Hun furieuze hardcore trekt slechts een driekwart gevulde Grolsch-tent, maar dat mag de pret niet drukken. Waarschijnlijk vindt het publiek het te heet om volle bak te pogo ë n of te headbangen, want de sfeer is in de Grolsch is aan de tamme kant. Het ligt in elk geval niet aan zanger Dennis Lyxzén, een Robbie Rensenbrink-achtig wezen dat maar met zijn microfoon blijft zwaaien.
Werklui
Op naar de Alpha, waar Ed Sheeran – mensen die erbij waren zeggen dat het druk en een beetje saai was – net is afgelopen en The Gaslight Anthem op het punt van beginnen staat. Bij hen weet je wat je krijgt; werkluirock ‘n roll over gewone jongens die zich een weg door het leven vechten. Onlangs zag het goed ontvangen vierde album Handwritten het licht, maar de band heeft in en buiten de Alpha – de hellingen aan weerszijden van de tent zitten goed vol – toch vooral publiekssucces met nummers van voorgangers The ’59 Sound en American Slang.
Tentjurken
Dan is het kiezen tussen Feist en Alberta Cross. Lastig op het eerste gezicht, maar Feist maakt de keuze makkelijk; de Canadese cultmuzikante ragt op haar gitaar alsof ze in punkband zit en dat doet haar op plaat zo elegante liedjes geen goed. Dat trio achtergrondzangeressen in die tentjurken had beter daadwerkelijk op de achtergrond kunnen blijven. Alberta Cross sluit af in de Charlie, een leuk klein halfopen tentje aan het water met een soort strandje ervoor. Het publiek heeft meer oog voor elkaar dan voor wat er op het podium gebeurt. Er wordt gezellig gekeuveld met een biertje of een cocktail in de hand, terwijl de indierootsrockers nog maar eens een volgend nummer van hun vandaag verschenen sterke tweede album Broken Side Of Time inzetten.
Rockers en nachtvlinders
The Black Keys moet het hoogtepunt van de dag worden – toch zeker voor het rockminnende deel van de Lowlanders . Mooi is dat bij het optreden van het gruizige garagebluesduo de rockers en de nachtvlinders – velen net het terrein opgewandeld om aan hun Lowlands te beginnen – samenkomen. The Black Keys vallen niet tegen, maar zeggen dat ze de massa van de teenslippers blazen is ook bezijden de waarheid. Degelijke show, maar alleen bij de nummers die bekend zijn van de radio wordt er hard op de houten planken van de Alpha gestampt.












