De Waalse scenarist Yann en de Franse tekenaar Simon Léturgie maakten al samen de strip Spoon & White. Met Gastoon maken ze hun eerste gagserie, samen met Simons’s schrijvende vader Jean. Gastoon is een spin-off van de legendarische Guust Flater-serie, waarvoor maker André Franquin al voor zijn dood zijn goedkeuring over zou hebben gegeven. Toch kostte het uitgeverij Marsu Productions, die rechten van het werk van Franquin bezit, nog vele jaren om er de juiste makers voor te vinden. “Yann is zich er toen mee gaan bemoeien”, blikt Léturgie terug op het proces dat hem de klus bezorgde. “Hij werkte voor Marsu Productions al aan verhalen voor de Marsupilami. In juni vorig jaar vroeg Yann mij een proefpagina te maken. De uitgever was daar eerst niet zo enthousiast over, maar dat vond ik niet vreemd. Als je in de sporen van de meester Franquin probeert te treden kan het niet de eerste keer raak zijn. Yann was echter wel overtuigd van mijn proefpagina.”

Heeft die strip het album nog gehaald?
Léturgie: “Ja. Het is die waarin Gastoon met een kleine Flaterfoon met olie besmeurde vogels op het strand wil helpen. Hij staat op pagina 45.”
Yann: “We hebben deze grap samen bedacht, op vakantie en ook nog aan strand. We kwamen er heel snel op.”

Hoe moeilijk is het in de voetsporen van Franquin te treden?
Yann: “We willen Guust niet imiteren, maar we hebben wel een aantal elementen uit die serie gepakt. We hebben het soort grappen van Guust genomen, maar zijn specifieke karaktereigenschappen niet. Gastoon is geen luiwammes en een dromer. We hebben een ander universum rond hem gecreëerd.”
Léturgie: “Eigenlijk hebben we een stukje DNA van Guust genomen en die geëxploiteerd.”

Franquin introduceerde het neefje van Guust dertig jaar geleden in een serie strips die hij voor Philips maakte. Hebben die strips geholpen bij het bedenken van het karakter voor Gastoon?
Yann: “We hebben die strips zeker goed geanalyseerd. Het karakter van Gastoon is zeker niet in tegenspraak met het neefje uit die reclamestrips. Hij is bijvoorbeeld hyperactief in die platen. Die eigenschap hebben we overgenomen. Maar hij heeft niet de poëtische, luiheidkant die zijn oom wel heeft. Het was vooral niet de bedoeling dat de lezer van Guust het gevoel van een breuk krijgt als hij Gastoon pakt. Het speelt zich wel in hetzelfde universum af.”
Léturgie: “Gastoon heeft een tegengesteld karakter van Guust. Gastoon is extrovert, praat graag. Guust is een meer introvert personage die alleen leeft met zijn kat. Dat is een grote tegenstelling.”

Is het karakter tijdens het schrijven nog verder ontwikkeld?
Yann: “Nee. De reclamestrips van eind jaren zeventig vormden een stevige basis. Franquin zette in die paar platen het karakter van Gastoon toen al stevig neer.”
Léturgie: “Er zat al een hele goede dynamiek in.”
Yann: “Toen Franquin geblokkeerd raakte begon hij voor Guust niet-typische verhalen te ontwikkelen. Hij maakte van Guust een anti-nucleaire activist. Toch vond hij het belangrijk om de ideologie van zijn grappen uit de jaren zestig te behouden. Hij wilde toen al een spin-off serie lanceren.”

In het boek zijn de gags genummerd, maar staan ze niet op die volgorde.
Léturgie: “De gags zijn wel in de volgorde van nummering geschreven. Soms werk ik echter aan vijf, zes pagina’s tegelijk. Als ik een pagina voltooi geef ik hem een logisch vervolgnummer. De proefpagina die ik maakte heeft geen nummer 1, maar nummer 8, omdat ik die daarna nog heb bewerkt.”

Kreeg je alle scenario's in één keer?
Léturgie: “Ik kreeg de grappen van Yann en mijn vader Jean. Een enorme stapel, waarvan ik met pijn in het hart een schifting moest maken. Zo werd de stapel kleiner en kleiner. Ook de verwachtingen die de uitgever had elimineerden weer wat grappen. Sommige waren wel en anderen niet geschikt. Het was een ware afvalreeks tot de selectie die nu in het boek staan.”

Wat voor grappen waren niet geschikt?
Yann: “In de klassieke reeks heeft Guust een latex dummy van zichzelf. Ik schreef twee gags waarin Gastoon op zolder deze latex-Guust in half vergane toestand vond. Het was een idee om Guust op die manier in de reeks te laten optreden. Die grappen haalden het alleen niet.”

Vooral in Frankrijk is er hevige kritiek op Gastoon losgebarsten?
Léturgie: “Eén website heeft een storm aan kritiek doen oplaaien. Een tiental mensen spuiden daar een negatieve mening, die daarop in een redactionele tornado raakte. Zo werd het voorpaginanieuws in La Libération, de grootse krant in Frankrijk. Nu kan ik echter vaststellen dat er evenveel goede als slechte kritieken zijn op Gastoon. Het is mooi in evenwicht. Die tiental reactionaire mensen op dat fora willen het boek zelfs niet lezen.”
Yann: “Die kritiek kwam al na twee of drie platen. Gastoon is door die mensen zeer snel afgeschoten.”

Toch lijkt het mij ongekend moeilijk in de geest van Franquin te kruipen.
Léturgie: “Het is niet de bedoeling Franquin te intimideren, maar wel in het universum van Guust en Robbedoes te blijven. Ik probeer mij in te leven in de lezer uit die tijd. Het plaatje moet kloppen, hoewel ik toch eigen elementen probeer toe te voegen.”

Heb je veel pagina’s moeten verscheuren?
Léturgie: “Ik heb minstens net zo’n grote stapel proefpagina’s en probeersels als platen die in het boek staan. Het was moeilijk om in mijn tekeningen geen hoekige randen te maken, zoals in mij eigen reeks. Ik had er veel werk aan.”

Hoe anders is het schrijven voor Gastoon als de Marsupilami?
Yann: “Ik schrijf al tijdje niet meer voor Marsupilami. Voor mij is het grote verschil dat Franquin er in die periode nog was. Ik heb zeven jaar met hem samengewerkt. Ik kon toen goed aanvoelen wat Franquin precies wilde in de verhalen.”

Wat heb je in die jaren van Franquin geleerd?
Yann: “Dat ik mij moest richten op kinderen door van het standpunt van een kind uit te gaan. Dat is niet gemakkelijk.”

Hoeveel moeilijk zijn gags vergeleken met een vervolgstrip?
Yann: “Gags is het allermoeilijkste dat er bestaat. Bij het bedenken moet je proberen leuk te zijn zonder het gecompliceerd te maken. Het moeilijkste voor Gastoon is het maken van lolgrappen die spontaan zijn. Vergelijk het met eerste keer met een meisje stappen. De eerste keer is dat ook geweldig. Dat gevoel moet je bij een gag oproepen. Het moet spontaan en eerste keer raak zijn, zonder een insteek die te ver is gezocht.”
Léturgie: “Een lang verhaal bedenken vraagt intelligentie en veel rationeel nadenken. Een gag moet vanuit de buik komen.”
Yann: “Met een beetje vakmanschap kun je goed avontuurverhaal maken. Een gag is stukken, stukken moeilijker. Ik leg vaak tien grappen voor aan mijn eigen kinderen. Slechts één op de tien maakt ze echt aan het lachen. Het is echt oefenen om een gag te vinden die echt aanslaat.”

Waar haal jij de inspiratie voor grappen vandaan?
Yann: “Ik heb niet echt een manier om ze te verzinnen.”
Léturgie: “Drugs misschien?”
Yann: “Als er al een methode is, dan ga ik wel eens met de vader van Simon naar het café en vertellen we elkaar slechte grappen. Soms is het aandoenlijk hoe slecht die grappen zijn. Maar we proberen er dan een eigen draai aan te geven. Het zijn grappen die totaal geen diepgang hebben, maar leuk zijn door er net een andere draai aan te geven. Op deze manier werken is een stuk aangenamer dan thuis over het bureau gebogen liggen en maar nadenken.”