“Als je de homo bekijkt, denk ik, die is wat minder...a-sportief, meestal denk ik. De motoriek, normaal gesproken, dat valt toch meestal wel op bij homo’s. Misschien is dat het”, aldus oud-voetballer en Ajax-coach Frank de Boer in antwoord op de vraag waarom er zo weinig homo’s in het profvoetbal te vinden zijn. Een golf van kritiek volgde en De Boer betreurt de ophef: “Voetbal is van iedereen is, ook van homo’s.”
Maar is het voetbal wel van homo’s? Op dit moment helaas niet. De homo’s in de voetballerij die uit de kast durven te komen zijn in Nederland op één hand te tellen. Wensley Garden, toen hij voetbalde droeg hij de achternaam Ton, was in 1997 de eerste. Maar zijn verhaal kwam per toeval naar buiten toen zijn pleegmoeder bij de kapper zat, de partner van Gaykranthoofdredacteur Henk Krol. Ook John de Bever kwam voor zijn geaardheid uit. Beiden speelden ze in de Eerste Divisie, respectievelijk voor Helmond Sport en FC Dordrecht, alhoewel De Bever vooral bekend was als zaalvoetballer. Low profile dus en ze deden hun verhaal pas toen hun loopbaan erop zat.
Het leiden van twee levens ging Garden lange tijd makkelijk af. “Maar ik ontwikkelde me schizofreen”, zei hij hierover. “Ik raakte in conflict met mezelf. Ik was vooral bezig met hoe ik als homo kon functioneren binnen de voetballerij.” En dat bleek een moeilijke, zo niet onmogelijke opgave. In de kleedkamer hield Garden alles goed in de gaten. “Die jongens gaan heel lichamelijk met elkaar om, maar ik deed dat niet, want ik wilde geen reactie opwekken. Je bent je er zo bewust van dat je niet kunt zijn wie je bent. Steeds vroeg ik me af of ik wel stoer genoeg was.”
Garden stopte in 1994 en deed drie jaar later zijn verhaal. Hij had gehoopt dat het onderwerp een paar jaar na zijn coming-out bespreekbaar zou zijn. Pas vijftien jaar later wordt een voorzichtige start gemaakt. De KNVB werkt inmiddels aan een plan waardoor homoseksualiteit in de voetbalsport meer geaccepteerd moet worden. Het plan wordt gepresenteerd op 11 oktober, de nationale coming-out-dag. Alle beetjes helpen, maar het scenario dat hetero’s en homo’s gezamenlijk hun geliefde sport beoefenen op alle niveaus lijkt een utopie of in het gunstigste geval lichtjaren ver weg. De gemiddelde voetballer voelt zich er nog steeds ongemakkelijk bij, zie De Boer. Het is voor hem makkelijker om twee seizoen op rij een kampioensteam te formeren dan antwoord te geven op die ene beladen vraag.











