Hij is in de buurt en hij heeft tijd over. Plots weet hij dat hij er langs zal gaan, het is vandaag of nooit. Allemachtig. Er niet bij stilstaan waarom vandaag en of het verstandig is. Er hoeft toch niets te gebeuren? Hij is alleen maar nieuwsgierig, hij wil alleen maar weten of…, of…

Iets sneller, met een iets krachtiger pas loopt hij richting het plein. Hij voelt het moment. Een lichte opwinding maakt zich van hem meester zoals dat gevoel in de literatuur wel wordt beschreven. Maar verdomd het is waar, zo voelt het.

De weg is geen probleem, hij weet precies hoe hij er moet komen, dat is het rare, dat die weg zo vertrouwd is, angstaanjagend gewoon dat zoiets kan. Twintig jaar geleden, een half mensenleven als het even tegenzit, waren deze brede lanen in A'dam-Zuid z'n dagelijkse omgeving. Hij huurde er z'n eerste kamer aan het statige X-plein dat, ziet hij in een oogwenk, 'schandalig wit' is gebleven. Hij loopt recht op zijn doel af, richting de zware, eikenhouten deur waar hij in een ander leven een jaar lang dagelijks doorheen ging.

Het naambordje vermeldt dezelfde naam. Ze woont er nog, ze leeft nog. Natuurlijk. Maar hoe en met wie, of alleen? Zijn vinger blijft niet boven het belknopje hangen, hij drukt er krachtig op zodat er geen misverstand mogelijk is. Even later klinkt door de intercom een langgerekt 'jaa'. Hij noemt zijn voornaam. Een tel blijft het stil dan opent de zware deur zich en loopt hij blindelings naar de lift die er nog net zo krakkemikkig uitziet als destijds. Bij het indrukken van het bovenste knopje trilt zijn hand. Tergend langzaam stommelt de lift omhoog maar boven staat zij hem al op te wachten, de 15-jaar oudere vrouw voor wie hij twintig jaar geleden zo volledig was gevallen maar die zich toen door zijn niet aflatende aandacht hooguit gevleid had gevoeld, zijn liefde had ze versmaad. Voor die andere man van haar eigen leeftijd.

Hij kust haar wangen, haar geur verrast en bedwelmt hem; gevoelsmatig is hij twintig jaar terug in de tijd. Om dat te maskeren kletst hij honderduit, wel vier uur lang. Dat ze ouder is, dat doet hem weinig, ze is leuk en… alleen. Haar man is er enige jaren geleden met een jonger exemplaar vandoor gegaan.
De wijn, nog steeds goedkoop, vloeit rijkelijk. Al is zij 't die hem heeft leren drinken, hij houdt maat, 't is te vroeg en hoe vanzelfsprekend hun samenzijn ook is, nu wel, 't is eigenlijk te laat. Hij drukt de sms-jes weg van z'n geliefde die zich afvraagt waar hij blijft maar hij weet op tijd op te stappen. "Ik bel je," zegt hij bij het afscheid, niet beseffend dat hij dat nooit zal doen.