Ik zou me moeten verbazen tijdens dit EK. Verbazen over ronduit onbeschofte spelers zonder enige zelfkritiek, waarbij de Fransman Samir Nasri de kroon spant. Na de nederlaag tegen Spanje schold hij een journalist uit, ik herhaal de woorden hier maar niet. Samir voelt zich in ieder geval heel wat en kijkt waarschijnlijk veel gangsterfilms. Dat een gebrek aan zelfkritiek je later danig in de weg kan zitten bewees Winston Bogarde wel in Studio Sportzomer. Op de vraag waarom hij geen kans krijgt als trainer antwoordde hij dat zijn huidskleur hiermee te maken heeft. Natuurlijk lopen er in de voetballerij racistische klootzakken rond, maar niet bij iedere club of bond. Nee, Winston, het feit waarom je geen kans krijgt heeft puur te maken met het feit dat jij je tijdens je actieve loopbaan ook als een Nasri hebt gedragen. Een trainer, maar ook speler, is een uithangbord voor een club en op dat vlak schoot je tekort. What comes around goes around.
Ik zou me moeten verbazen over het opportunisme en geblaat van sommige analisten, waarbij in dit opzicht Ruud Gullit er boven uitsteekt. Misschien dat er in die vuilcontainer bij Schiphol wat oude restjes lijm zaten, want Ruud lijkt zijn korte termijngeheugen te hebben verloren. Na de uitschakeling van Oranje twitterde hij dat hij verbaasd was dat zijn landgenoten uit het toernooi lagen, maar een paar dagen later verkondigt hij doodleuk op tv dat hij het fiasco aan had zien komen.
Daarna deed hij uit de doeken wat er allemaal mis was gegaan. Het grootste struikelblok volgens hem was het feit dat Van Marwijk te lang twijfelde tussen Huntelaar en Van Persie. Ruud haalde aan dat de Duitse bondscoach Löw wel ruim van tevoren duidelijk was wie zijn spits zou zijn. Volgens Ruud had Löw in een vroeg stadium voor Gomez gekozen. Buiten het feit dat Löw nog langer twijfelde dan Van Marwijk, maakt het ook helemaal niks uit. Dat bewijst de Spaanse bondscoach Del Bosque wel door naar hartelust te schuiven met Fabregas en Torres.
Maar goed, zoals ik al zei, ik verbaas me er niet over. Alles is een repeterend patroon in de voetballerij. Maar waar ik me wel over verbaas is het feit dat sommige kenners het spel van Spanje als saai bestempelen. “Simpel voetballen is het moeilijkste dat er is”, zei onze grootste voetballer ooit, maar Spanje gaat verder. Spanje heeft het uitzonderlijke tot routine gemaakt. De Spanjaarden hebben totale controle. Niet door de bal achterin, maar op de helft van de tegenstander eindeloos rond te tikken. Dit gebeurt in een duizelingwekkend tempo tot er opeens wordt toegeslagen. En sinds 2008 heeft geen enkele tegenstander hier een antwoord op gevonden. Het is totaalvoetbal in optima forma, totaalvoetbal waar wij graag het patent op willen hebben. Maar totaalvoetbal schijnt nu opeens saai te zijn. Verbazingwekkend.














