Hij was verkeerd verbonden. Maar ‘t klikte. Zo zeer dat ik me liet overhalen ‘s middags in een café af te spreken. Een blind date. Geen foto, niets, alleen dat spontane telefoongesprekje van minder dan tien minuten, en toch, waarom ook niet als je allebei vrij bent? En jong niet te vergeten. Ik liep dezelfde dag ‘t café aan het Leidseplein binnen en ontmoette het gezicht dat bij die verkeerd-verbonden-stem hoorde. We dronken een biertje. Toch nog. Onze stemmen hadden ons nieuwsgierig gemaakt naar meer maar bij de eerste aanblik wisten we dat uit deze gok niets meer dan één gezamenlijk drankje zou voortvloeien. Je hoeft daar beslist niet wanhopig van te worden, enigszins gênant is zoiets wel. Om dat blind daten voor het echie te doen, lijkt me vermoeiend en een tikkeltje ranzig op den duur.

Ik voel dan ook mee met kennis F. die, net gescheiden, op z’n 44e aan het internet daten is geslagen. Anderhalf jaar nu. Noem het noodgedwongen, noem het omdat het kan. Het gaat in ieder geval minder blind en spontaan dan die ene keer die ik meemaakte; de kans op ‘n voltreffer is net zo ongewis. Ondanks het gedegen vooraf emailen, chatten, foto’s bestuderen, nog een keer foto’s bestuderen, bellen, googelen en van alles en nog wat uitsluiten voordat de grote stap genomen wordt elkaar in levenden lijve te ontmoeten. Hoe kon F. vermoeden dat een van z’n dates haar ouders zou inlichten zodra ze doorhad dat F. en zij uit hetzelfde dorp kwamen? In een mum van tijd wist ‘t halve dorp van hun ‘relatie’ af. Een volgende date bleek allergisch voor stiltes, dreigde er eentje te vallen dan móest die gevuld worden. “Ja, ja,” stamelde ze dan. Was hij zeker van z’n zaak, besloot de date in kwestie zich toch maar met d’r ex te verzoenen. Genoeg vrouwen die een man zoeken, daar is F. wel achter gekomen, leuke vrouwen, op papier, eh internet dan. Kwestie van stug doorzetten en vul verder maar in.

En dan is er nu Wordfeud op de smartphone, een soort van scrabble alleen ‘sex’ mag niet maar ‘seks’ wel en dat laatste woord legt niemand neer en toch kriebelt er iets. De pedo’s haal je er zo uit, maar af en toe maakt een ‘random opponent’ me nieuwsgierig. Virtuoos spel en taalgevoel verraden een zekere achtergrond en leeftijd. Ik fantaseer ‘t geslacht erbij en speel en chat er voorzichtig op los, zoals in dat liedje van Wim de Bie: “Zij in haar klein hoekje en ik in ’t mijn”. Als dan plots een piepklein maar reuze echt fotootje op m’n phone verschijnt van een man met hoed én gitaar, valt mijn droom in duigen, zoals toen in dat Leidsepleincafeetje bij die eerste aanblik. Gelukkig heb ik alles al in huis.