Problemen houden geen reces. Afgelopen week ging ik daarom als locoburgemeester op bezoek in de Kolenkitbuurt. Daar bezorgen Bulgaren flinke overlast in een flat. Ze wonen met z’n twintigen in een appartementje, werd mij verteld. Er was lawaai tot midden in de nacht, troep in de portieken, op straat. Een gesprek valt niet te voeren. In het portiek woont een gezin met twee kleine kinderen. Zij trokken aan de bel. De overlast duurt al jaren. Ze voelen zich niet meer thuis in hun eigen buurt. Door de politie en de gemeente voelen ze zich niet geholpen. Sommige problemen kun je meteen aanpakken. Het grofvuil is na het gesprek direct opgehaald, de straten zijn geveegd en de Dienst Wonen voert controles uit bij de overlastgevende woningen.
Afgelopen maandag bezocht ik een ander gezin, in Nieuw-West. Elke avond is het raak. Muziek uit geparkeerde auto’s. Schreeuwende jongens die rondhangen voor de garageboxen. Ze doen geen oog dicht. Laatst ging een berg vuilnis in de fik. Bellen met de politie is een frustratie geworden in plaats van een oplossing. Dit gezin wil weg, al ‘houden ze van de woning’. Door de tegenvallende woningmarkt is het alleen niet eenvoudig om je huis snel voor een goede prijs te verkopen. Mensen hebben het gevoel dat ze gevangen zitten. Andere mensen hebben ondertussen dubbele lasten. Die komen sneller in de verleiding in zee te gaan met huisjesmelkers of louche verhuurbedrijfjes. Tegen een kleine bijdrage zorgen zij dat je oude woning verhuurd wordt. “Zo bent u uit de kosten.” In de Kolenkitbuurt kun je zien welke problemen daarvan komen. De reinigers moeten de straten schoon houden, de Dienst Wonen controleert op illegale verhuur en de politie is alert op meldingen. Op die punten kunnen wij het als overheid soms vast beter doen, maar laten we onze buren ook helpen en elkaar aanspreken op asociaal gedrag. We moeten er voor zorgen dat de goedwillende Amsterdammers winnen.














