Ik heb een zwak voor Napoli. De hoge pieken, de diepe dalen. De club ademt passie en voetbal, maar is vooral een buitenbeentje. Dat mooie lichtblauwe shirt, de uitzinnige fans die voor een broeierige sfeer zorgen in het Stadio San Paulo en natuurlijk Diego. Hoewel Napoli in 1926 opgericht werd, zette een kleine Argentijn de club in 1984 pas op de wereldkaart.

Napels is doordrongen van Diego. Zijn geest hangt boven de stad, vindt zijn weg in de parken, steegjes, restaurants, woningen en kerken. Op veel plekken zie je de kleine Argentijn zelfs letterlijk: de ramen, deuren, muren, zelfs bedehuisjes zijn behangen met foto’s en ansichtkaarten. Op de ene prent dribbelt Diego je tegemoet, op de ander kijkt hij je indringend aan vanonder zijn indrukwekkende krullenbos. Er wordt gepraat, herinneringen worden opgehaald, er wordt zelfs gebeden voor Diego.

Diego bracht de Napolitaan plezier en belangrijker nog: trots. Napoli won prijzen en de doorsnee Napolitaan voelde zich niet langer gekleineerd. Ze telden mee, konden eindelijk een lange neus maken naar die arrogante Noord-Italianen uit Turijn en Milaan. Diego was één van hen. Een straatschoffie. Napoli en Napels pasten niet alleen qua voetbal bij hem, maar ook daarbuiten. Ruw, zonder opsmuk en met een eigen code.

Napoli en Napels hebben een donkere kant. De Camorra is verweven met de stad en dus ook de club. Het duurde niet lang voordat de Camorra haar tentakels om Diego had gewikkeld. Zijn cocaïneverslaving, de honger naar vrouwelijk schoon, de Camorra had het in voorraad. En in een stad die midden jaren tachtig ruim tweehonderd familieclans kende die van afpersen, drugshandel, vrouwenhandel en het witwassen van geld hun broodwinning maakten, wordt het leiden van zo’n leven niet als zonde beschouwd. De club maakte het ook niet uit, zo lang Diego maar presteerde en de fans vermaakte. Zoals ik al zei de Napolitanen leven volgens een eigen code.

Dit was midden jaren tachtig. Anno 2012 zijn er nog steeds familieclans, maar hun tentakels lijken minder ver te reiken. Ook de club profileert zich meer en meer als braafste jongetje van de klas. Zo verklaarde clubarts Alfonso De Nicola onlangs dat de spelers zich aan bepaalde regels moeten houden die contractueel worden vastgelegd. De regel ‘twee dagen voor de wedstrijd geen seks’ springt daarbij wel het meest in het oog. De reden dat ‘op deze manier spierverrekkingen en ontstekingen voorkomen worden’ doet lachwekkend aan, zeker gezien de successen die onder Diego behaald werden. Hij zal zich nooit aan deze regels hebben kunnen houden, misschien zou hij zelfs nooit hebben getekend bij Napoli. Een rare gedachte, maar het voegt in ieder geval een nieuw absurdistisch ingrediënt toe aan wat Napoli is: een club als geen ander.