''Vanavond ga jij met mij op stap!''
Mijn vriendin plant haar vinger op mijn borst.
''Want dat moeder-de-vrouw-zijn, dat ben ik zat!''
Ik knik, ze heeft vast ruzie, met haar man ofzo.
''Weet je nog'', zegt ze, ''wilde vrouwen waren we, koninginnen van de nacht. En kijk nu hoe we geworden zijn!''
Vol afschuw wijst ze naar mijn handen, vies van aarde, omdat ik bosviooltjes heb geplant.
Ach, ik snap haar wel, ooit maakten we Rotterdam onveilig. We dronken en dansten ons door broeierige nachten, wonden mannen om de vingers en experimenteerden met geestverruimend spul.
Maar toen; het huisje, het boompje, het beestje. Over en uit. Huismussen werden we. En best tevreden. Maar nu was ze het zat en moest ik mijn mattie steunen. Dus: handjes wassen, sexy outfitje aan en indrinken maar.
''Net als vroeger'', proost mijn vriendin wat later haar wijntje tegen de mijne. En ja, ik voel het nu ook. Veertig misschien, maar niet versleten. Rotterdam, here we come!
We beginnen waar we vroeger begonnen. Stadhuisplein. Het is vroeg en het is er leeg. Samen met barman, typje Bieber, proberen we het leuk te maken, maar wat pronte twintigers winnen de aandachtsslag. Na nog wat lege kroegen duiken we dan maar een discotheek in. We bestormen de dansvloer en swingen wat op muziek die we niet kennen.
''Een verzoekje!'', gilt mijn vriendin. Maar de dj haalt er zijn schouders bij op.
Dan komt er een kudde mariniers binnen.
''Jummie'', zegt mijn vriendin, de avond lijkt gered. Ze mengt zich in het groepje - jong en kaal - en ik doe hetzelfde.
Even later houdt ze iets omhoog.
''Kijk eens', grijnst ze. Defensie op verlof weet zich dus ook wel te vermaken; mijn vriendin heeft een pilletje los gepeuterd.
Even vraag ik me nog af of het slim is, maar een uurtje later is dat wel duidelijk. Op het toilet kots ik de gal uit mijn lijf en wanneer ik de dansvloer weer op strompel, zoent mijn vriendin daar met een strak geschoren stiertje.
''Je bent getrouwd!'', gil ik in haar oor.
''Verrek'', zegt ze, maar zoent verder.
Met mijn laatste krachten sleur ik ons naar buiten, waar zij struikelend een taxi aan houdt, waarin ik nog maar eens overgeef.
De volgende dag een bericht op WhatsApp.
''Die bosviooltjes'', schrijft ze, ''waar heb je die eigenlijk gekocht?''
De bevestiging van de overduidelijke conclusie.
De nachtkoninginnen, die zijn niet meer.














