Ik voel dat ik een brok in mijn keel heb en mijn ogen prikken, waardoor ik moet knipperen maar het gaat vanzelf. Mijn moeder zei vroeger: “Laat je zwakke kant niet zien in het openbaar. Tranen kunnen een hulpmiddel zijn voor medelijden, maar daardoor kunnen mensen je gemakkelijk onderuit halen. Je huilt alleen uit blijdschap.’’
Vorig jaar leerde ik je kennen. Eerst vond ik je een zak, sowieso hield ik niet van leraren. Je hebt boeken en computers, waarvoor zijn leraren dan nog meer nodig als je al die nuttige informatie daaruit kunt halen? Ik vond het dan ook niks dat uitgerekend jíj mijn klassenmentor werd.
Gesprekken verliepen moeizaam, ik sloeg die mentor-en-leerling-gesprekken over en ging vooral mijn eigen gang. Had niet eens door dat ik moeite had met huiswerk maken en plannen. Want tot de 3e ging het allemaal nog zó gemakkelijk en was school nog “te doen”. En dan 4vwo, eind oktober. Een feestje van 5-en op mijn rapport. Ja, toen moesten mijn ouders erbij gehaald worden.
Die maanden daarna had je me streng in de gaten gehouden. Je dwong me om mezelf te richten op de werkelijkheid en mijn scooter stond steeds vaker in de schuur in het weekend. Als vervanger had ik een stapel schoolboeken op mijn bureau. Één keer gooide je me zelfs het lokaal uit in het bijzijn van de klas, omdat ik met mijn mobiel zat.
Ik had een hekel aan je. Tegelijkertijd drong het beetje bij beetje tot me door hoe ik ervoor stond. Hoewel ik geen zorgen had over mijn uiterlijk, werd ik opeens onzeker en lag ik nachten snikkend in mijn bed. Ik kwam erachter dat vrienden me zomaar lieten vallen en ouders me met wantrouwende ogen aanspraken. Ik haatte ze allemaal. Toch realiseerde ik me dat ik mijn frustraties niet op anderen moest afschuiven, maar eerst naar mezelf moest kijken.
Nu, een jaar later, sta ik met een prachtig rapport voor je. Ik ben te verlegen om je recht in je gezicht te bedanken, maar we praten in de gang over koetjes en kalfjes. Het einde van het gesprek is in zicht, als jij mij opeens een schouderklopje geeft. Ik kijk je aan. Je lacht en zegt niets, maar ik besef nu pas hoeveel je voor me gedaan hebt en dat ik bij je in het krijt sta.
Warme tranen stromen over mijn wangen. Ik huil, van dankbaarheid en blijdschap.













