Als het aantal zonuren in Amsterdam evenredig was gestegen met het aantal terrassen, zaten we er nu warmpjes bij. Helaas bestaat er geen verband waardoor de stad er in tien jaar tijd wel 45 procent meer terrassen bij gekregen heeft, terwijl glühwein een zomerdrank begint te worden.De binnenstad alleen al telt 947 terrassen. En waarom niet? Voor horecaondernemers is het een mooie manier om hun oppervlakte te vergroten en hun klanten maken er graag gebruik van. Alleen hebben we dan één groep nog niet genoemd: de bewoners rondom zo’n kroeg, club of restaurant. Tot laat lawaai van het terras onder je, is niet altijd waar je op zit te wachten. En als je de snelle groei van het aantal terrassen ziet, heeft ook niet iedereen hier bewust voor gekozen. Is dat niet het risico van het wonen in de stad? Deels misschien. Maar in een stad moet iedereen water bij de wijn doen en rekening houden met elkaar. Aangezien er geen norm voor overlast van terrassen bestaat, is nu lastig te zeggen wat de één redelijkerwijs van de ander mag verwachten.
Daarom starten we een pilot. Op vier bekende terraslocaties in de stad plaatsen we volumemeters. Hiermee kunnen we registreren wat op welk moment de meeste overlast geeft en uit welke richting het komt. De meters maken dus onderscheid tussen geluid van het terras of van een langsrijdende tram. Bewoners en ondernemers kunnen via een website dagelijks de hoeveelheid decibellen volgen.
Met de inzichten die de pilot opleveren, kunnen we gefundeerd beslissen of we de handhaving op terrasoverlast gaan aanpassen. En dat is niet alles. We verlengen de openingstijden voor terrassen in uitgaansgebieden tijdens de winter naar 24 uur, staand drinken op terrassen mag weer en terrasverwarming staan we in de hele stad, het hele jaar door, toe. Zitten we er toch nog warmpjes bij.












