Sinds vier weken demonstreert een groep van zo’n zestig asielzoekers in tenten aan de Notweg in Amsterdam. Mensen die zich betrokken voelen bij hun situatie brengen eten, kleding en vragen mij als burgemeester om opvang te bieden. Het ingewikkelde is dat er landelijk is afgesproken dat mensen die uitgeprocedeerd zijn alleen nog opvang krijgen als ze meewerken aan hun uitzetting, en dat willen deze mensen juist niet. Kortom, een patstelling.
De positie van uitgeprocedeerde asielzoekers is gisteren besproken in een hoorzitting in de Tweede Kamer. Daar heb ik de problemen geschetst die wij in Amsterdam, maar ook andere gemeenten, hebben.
Als burgemeester moet ik ervoor zorgen dat deze mensen op een veilige manier kunnen demonstreren, maar ook dat de buurt daar zo min mogelijk overlast van heeft. Kamperen aan de openbare weg mag op zichzelf niet, maar weer wel als onderdeel van de demonstratie. Daarbij is een aantal voorwaarden gesteld in het belang van de veiligheid, gezondheid en om brand te voorkomen. Ook wil ik niet dat er kinderen en zieken op het tentenkamp zijn. Voor hen is het wel mogelijk om opvang te regelen. We hebben nu drie keer een moeder met kinderen naar een opvanglocatie gebracht. De GGD, maar ook enkele huisartsen zijn vaak op de Notweg om te kijken hoe het met de gezondheid van de demonstranten is.
De demonstranten willen niet terug naar hun land. Zij zeggen dat het daar gevaarlijk is. Maar de papieren om hier te blijven hebben ze ook niet. Dat is een probleem dat in Amsterdam niet opgelost kan worden.











