Voordat ik dagelijks de trein nam, dacht ik dat we een volk zijn van mensen die in hun iPhone gedoken het contact met medemensen mijden. Het groepsproces in een volle coupé laat het tegendeel zien.

Donderdagavond, zeven uur, met Metro onder mijn arm nestel ik me in de stiltecoupé van de intercity richting Amsterdam. Mijn vermoeid uitziende medereizigers zijn net zo hard toe aan een potje ongecompliceerde stilte, af en toe onderbroken met ritmisch ronken van de trein, als ik. Bruusk worden wij ergens tussen gedachtespinsel en overpeinzing gestoord door een trio identiek gewatteerde jassen met bontkragen. Het had me niet verbaasd als er een namaak Louis Vuitton-buiktasje onder had gebungeld. Luidkeels dringen de inhoudsloze woorden van het drietal zich aan me op en vullen de pas leeggemaakte ruimtes in mijn hoofd.

Diepe zucht. Paniekerig kijken mijn coupégenoten om zich heen als waren zij op zoek naar het bordje ‘nooduitgang’. Ik tel tot drie en vraag beleefd doch dringend of de donsjassen het gesprek een coupé verderop willen voortzetten. Waarschijnlijk ben ik op dat moment getransformeerd in een pukkelig ruimtewezen, althans zo kijken drie paar donkere ogen mij aan. “Mevrouw, jij bent raar jonguh!” “Zij zeurt, man”, sissen ze me toe.

De medereizigers doen verwoede pogingen om aan boodschappenlijstjes te denken, terwijl ze het voorbijtrekkende landschap bestuderen. Ik geef mezelf nog twee argumenten om de gewaxte haren te overtuigen. Maar tegen het verwijderen van de stickers ‘stiltecoupé’ van de ramen heb ik uiteindelijk geen pasklaar weerwoord. Om met een nog diepere zucht terug in mijn stoel te zakken. Alsof mijn ontspanning het sein was om te gaan, springen ze op en laten een walm aftershave achter als souvenir.

Zodra de jongens verdwenen zijn, barst er een oorverdovend rumoer los. Mensen gaan staan, steken hun duim op, roepen “Bravo!” En ik geloof dat ik zelfs van iemand een schouderklopje krijg. Ik heb de eindbaas verslagen en dat moet gevierd worden. Even voel ik me Gerd Leers, die de jongens hun verblijfsvergunning voor de stiltecoupé heeft ontnomen – regels zijn regels, en we maken geen uitzondering – waarna ze linea recta het land hebben verlaten. Mijn medereizigers, ministers van het kabinet, prijzen mijn kordate optreden. Complimenten en lovende woorden.

Maar de vreugde komt weer snel tot bedaren door een ‘ssst’ van een man in krijtstreeppak aan de andere kant van de coupé. Saamhorige stilte siddert na.