“Huil ‘es om De Pers,” is het commando dat ik krijg op Twitter. ALWEER!? is mijn reactie. Ik heb toch al geen traan gelaten om het verdwijnen van dat bloedend hart van die uitgever die geen uitgever is en het geld al jaren met bakken, wat zeg ik met hele slóten laat vloeien, en al net zo lang trekt aan een dood paard dat zich voordoet als krant? Totdat het doordringt: huil. Doe ‘es dikke boehoe. Maar vandaag is het over met De Pers. De laatste aflevering zwerft op de grond van de stationshal. Slingert in een treincoupé. Kwaliteitsmensen reizen óók met de trein. Hoor. Zullen ze De Pers missen? Echt missen. Het antwoord is een leugen. Een formaliteit.

Huilen dus. Zoals wij, jullie lezers en ik, volgens De Pers een kwaliteitsgen missen, missen ze daar een realiteitsgen. Want WTF neemt dat onzinnige idee www.reddepers.nl serieus?! Een winstgevende krant lanceren hadden ze moeten bedenken vóórdat het kinderdagverblijf van overbodige journalisten in januari 2007 openging. Mensen bij De Pers die die poppenkast van ‘red de pers’ serieus meespelen – ik krijg er buikpijn van. Het is oplichting in de zuiverste vorm. Van jezelf. Je medewerkers. Je lezers en je adverteerders. O nee. Niet de adverteerders die zijn nooit op dat zinkende schip gestapt. Maar huilen. Ik huil om mensen die te weinig hersenen hadden om dit scenario te voorzien. Wat ben je voor journalist als je jezelf niet eens de juiste vraag kunt stellen over de kapitein op de boeg die blind is voor de ijsberg waar ze opvaren en ondertussen nog even flirterig langs kusten in ondiep water scheurt? O nee, het faillissement overkomt anderen. Faillissement gaat voorbij mensen met een kwaliteitsgen.  

Ik huil. Ik huil echt. Hoe kun je die shit geloven? Hoe kun je erin trappen? Inmiddels huil ik heel hard. Werken zonder serieuze concurrentie is best flauw. Werken zonder te weten waar je de lat moet leggen vergt inzet. Uitdaging. Ambitie. Je wordt er scherp van. Nieuwsgierig. Er is niemand die je uitdaagt behalve jezelf. Spannend! Ja, ik huil. Want laten we eerlijk zijn: er staan mensen op straat. Ik weet niet of ze goed zijn maar dat doet er in tijden van crisis niet toe. Er is geen werk en al helemaal niet voor journalisten. Niemand betaalt voor die stukkies en met dit leger aan werklozen erbij gaan de tarieven alleen maar omlaag. Het is sneu dat mensen hun broodwinning kwijt zijn; nog sneuer dat ze wijsgemaakt is dat ze heus wel snel aan een andere baan zullen komen. Want kwaliteit hé.  Zo. Ik heb gehuild. Wist je dat je honger krijgt van huilen?