De hockeywereld zit op dit moment niet stil. De play-offs zijn aangebroken. Bij de mannen moeten Bloemendaal, Rotterdam, Kampong en Amsterdam uitmaken wie de beste is en dat brengt spanningen met zich mee. Zo is Dave Smollenaars bij Bloemendaal op non-actief gesteld om het zogenoemde ‘schokeffect’ te creëren. Bij de vrouwen is Laren al verzekerd van een finaleplek en moeten wij met Amsterdam de derde en beslissende halve finale spelen tegen Den Bosch. In ieder geval is de strijd om het landskampioenschap in volle gang en gaat het er hard aan toe. Of we nou samen naar de Olympische Spelen gaan deze zomer of niet, de spanning in het veld is om te snijden. En dat contrast is best vreemd, de ene dag kan ik mijn tegenstanders niet luchten en speel ik alles of niets tegen ze, de volgende dag staan we weer gezellig met zijn allen in de sportschool te trainen voor dat ene grote doel.

Afgelopen weekend speelden wij tegen Den Bosch om een finaleplek. Zaterdag wonnen wij met 2-0, de dag erna was Den Bosch ons met 3-1 de baas, waardoor er een derde en beslissende wedstrijd komt. Soms ging het er zo hard aan toe, dat ik me kan voorstellen dat bondscoach Max Caldas met samengeknepen billen op de tribune zat. Zo liep Eva de Goede, met gevaar voor eigen leven, uit bij een strafcorner van collega-international Maartje Paumen.

Zelf ben ik altijd verbaal flink aanwezig en daarbij blijft niemand buiten schot. Zo had ik tijdens het tweede duel een pittige discussie met Margot van Geffen. Maar gelukkig is dit ieder jaar het geval en zijn we professioneel genoeg om na het landskampioenschap die periode weer af te sluiten. Dan zullen we met zijn allen moeten bikkelen, schelden en beuken. Want uiteindelijk draait het dit jaar voor iedereen om dat ene doel. En dat is natuurlijk Londen.