Ik heb Bert nog nooit zo ellendig zien kijken als toen Henrieke voor hem koos. Onbegrijpelijk, want Bert en Henrieke leken vanaf het begin voor elkaar gemaakt. Twee reuzen die een toekomst tegemoet gingen waarin hij de rots zou zijn, de oase van rust, die zij af en toe zou opvullen met haar blozende kabouterlach. Ze zouden wandelen door de weilanden, waarbij hij haar galant zijn bodywarmer aanbood. Maar opeens sloeg het om. Bert deed moeilijk. Natuurlijk is het ongemakkelijk als elke stilte en slok sinas in beeld wordt gebracht. En met een andere man strijden om een boerin, is niet tof. Maar je maakt mij niet wijs dat de nuchtere Bert daardoor wankelt. Nee, het is allemaal de schuld van de twee andere Henriekes: de moeder en de oma van de boerin, die ook op de boerderij wonen. Bert trekt liever een kalf uit een koe dan dat hij een gesprek met een vrouw aanknoopt. Laat staan met dríe vrouwen. Een toekomst vol oestrogeen aan tafel, zonder een lekker stil momentje voor jezelf, zwijgzaam kauwend op een stuk draadjesvlees. Bert wil niet. Henrieke komt daar snel genoeg achter, en zal zich op de eerste de beste voorbijganger op een kermis in Beltrum storten. Let op mijn woorden.


















