De telefoon ging. Aan de andere kant een leraar Nederlands van mijn middelbare school. Het bolwerk der allochtone elite, althans tegenwoordig. In mijn tijd was het Erasmiaans Gymnasium het instituut dat er álles aan deed om de tsunami aan allochtone leerlingen zo snel mogelijk weer door het gat van de deur terug te sturen naar waar ze vandaan kwamen. Intellectuele vermogens zijn immers cultureel bepaald; roomblank rules.
“Kind, ben je niet bang?” sprak hij. “Je moet voorzichtiger zijn, echt. Niet zomaar alles eruit floepen. Moslims zijn eng hoor. Ik zie je nog zitten in mijn klas, over je boeken gebogen. Je was zo’n rustige leerling.” Ik onderdrukte de neiging om op te hangen. “Ik heb nooit bij u in de klas gezeten. Dat was mijn zus.”
Het wordt totaal onderschat én financieel ondergewaardeerd hoe belangrijk leraren zijn voor kinderen. Leraren hebben macht. Leraren vormen kinderen. Leraren zien kinderen vaker en intensiever dan hun ouders. Achteraf gezien lach ik er om hoe belangrijk mijn leraren zich vonden omdat ze aan de kinderen van bankdirecteuren en Kralingse kak les gaven. Ja, intellectuele vermogens zijn niet alleen cultureel bepaald hoor, maar financieel.
Ik was een Turks kindje dat het Nederlands niet goed beheerste. Bij ons thuis werd gebrekkig Nederlands gesproken. Vanaf mijn zesde kreeg ik lessen Nederlands, mevrouw Haagenbeek heeft mij Nederlands geleerd. Week in week uit, zelfs toen ik al op het gymnasium zat. Ze zei me welke boeken ik moest lenen van de bieb, die mijn ouders natuurlijk gewoon voor me kochten (geen oud geld hè, wel centen). Ze ramde ‘hebben’ en ‘zijn’ erin, ‘de’ en ‘het’. Op het Erasmiaans kreeg ik puntenaftrek voor spellingsfouten in opstellen. Met moeite haalde ik zes minnetjes voor mijn Nederlands. En bijles?! Als je dat nodig hebt, hoor je niet op het gymnasium. Snobistische bullshit.
Het was mijn lerares Engels, mevrouw Friedeberg die me erop wees dat ik wél kon schrijven. Negens en tien minnen haalde ik voor mijn Engels opstellen. Engels. Mijn vierde taal! Mij maak je niet wijs dat je in een vreemde taal wél kunt schrijven en in je fokking eigen taal, wat het Nederlands uiteindelijk is, niet. Tenzij je nul interesse hebt in je leerlingen, bevooroordeeld stukken leest en fouten zoekt.
Vandaag is de dag van de leraar. Op het Erasmisaans Gymnasium heb ik geleerd dat ik het beste gedij in een omgeving waarin ik genegeerd word. Godzijdank waren er twee mensen die me gesupport hebben terwijl ik niet eens wist dat ik support nodig had. Mevrouw Haagenbeek, mevrouw Friedeberg: BEDANKT.











